dinsdag 13 juli 2010

Los Labios

Het is opmerkelijk hoe zeer indrukwekkende films de wereld rondreizen, van festival naar festival, maar nooit Jan Modaal en het cinemacomplex in zijn straat bereiken. Een van de slachtoffers van die schipbreuk wordt ongetwijfeld Los Labios, een Argentijns drama dat een realistische blik tracht te bieden op de gezondheidszorg in een arm stukje Argentinië.

Drie erg verschillende vrouwen (Eva Bianco, Victoria Raposo en Adela Sanchez) worden door het ministerie van volksgezondheid de regio ingestuurd om statistisch onderzoek te gaan doen en waar mogelijk medische hulp te bieden. De armzalige omstandigheden waarin de vrouwen terechtkomen en de miserie waarmee ze dagelijks geconfronteerd worden brengt ze dichter bij elkaar. Luchi, de jongste en meest fragiele van de drie heeft het moeilijk en we zien hoe langzaam een moeder-dochter relatie ontstaat tussen haar en Cocca, de robuuste dame die duidelijk haar deel miserie achter de rug heeft. Dat alles wordt op een heel subtiele manier door het hoofdverhaal geweven. We weten niet wie de dames voordien waren, of ze elkaar kenden, wat ze denken, .... Dat mysterie houdt bovendien stand gedurende de film door een magistraal gebruik van stilte boven dialoog.

Dialoog is er dan weer wel wanneer de vrouwen hun patiënten gaan bezoeken. Er worden allerlei routinevragen gesteld waarvan de antwoorden netjes genoteerd en in kaart gebracht worden. Hier valt een heel mooi contrast op tussen het wetenschappelijke, koele, statistische onderzoek waarmee de vrouwen opgezadeld zijn en de menselijkheid waarmee ze deze taak volbrengen. Ze delen aan iedereen kussen uit (vandaar de titel van de film) en behandelen elk mens met de grootste zorg en empathie. Hierbij zie je wel duidelijk het tragische en onuitgesproken besef dat er lang niet genoeg middelen zijn en dat alle empathie van de wereld nog tekort zal schieten om vele van deze mensen te redden. Wanneer duidelijk blijkt dat bepaalde scènes met patiënten wel eens documentaire zouden kunnen zijn eerder dan fictie, deel je als kijker dat tragische besef.

De vrouwen acteren op zo'n ingetogen manier dat de zeldzame emotionele uitbarstingen je naar de keel grijpen en dagenlang blijven hangen. Die beklijving wordt versterkt door de enorme hoeveelheid close-ups. Er wordt geweigerd om te tonen waar we ons bevinden, de camera zit constant op de huid van de drie vrouwen. Ook de meest subtiele geluiden zijn heel duidelijk hoorbaar. Het geheel van deze technieken zorgt voor een enorm intense beleving.

De chaotische cameravoering, gecombineerd met de lange en stille shots, het gebrek aan antwoorden en de trage pas waarmee een sfeerfilm voortsjokt kunnen de op entertainment beluste cinefiel zeker niet bekoren. Dit is zonder twijfel een saaie film voor wie er niet in meegaat en ook wie dat wel doet zal zeker eens op zijn horloge kijken, maar het is een film die blijft plakken, of u dat nu leuk vindt of niet.

U mag overigens gerust zijn, het is niet al miserie wat de klok slaat. We kunnen in deze prent ook een sprankeltje hoop vinden. Het is een meditatie over de mogelijkheid van geluk in de krochten van de wereld. Of u die mogelijkheid realistisch acht moet u zelf maar beslissen wanneer u erin slaagt de dvd te bemachtigen in een van de krochten van uw videotheek.

donderdag 8 juli 2010

De weg naar wereldfaam

Na een jarenlange strijd tegen de onbekendheid ben ik er eindelijk geraakt! Jawel, ik ben gepubliceerd, en wel in één van de meest gerenommeerde tijdschriften ter wereld: Magazine 9080. Het boekje tracht al jaren een kritisch venster te bieden op het reilen en zeilen in Groot Lochristi en nu kan ook ik met trots zeggen dat ik bijgedragen heb aan dat nobel streven. En ja het is voor de zoveelste keer het Cannes-verhaal, wat anders?




De maand mei associeer ik doorgaans met de vier muren van mijn kamer, met koffie, met oneindige cursussen en een sporadisch ei in mijn broek. Dit jaar zouden deze vaste waarden echter plaats moeten maken voor de uitgestrektheid van de Middellandse Zee, voor rode lopers, voor wereldsterren die voortdurend flitstlicht weerkaatsen en voor een gezonde dosis film (je zou in de chaos van Cannes haast vergeten dat het om een filmfestival gaat). De enige constante die deze maand mei aan voorgaande verbond was dat ei in mijn broek. Gelukkig werd het bij mijn handbagage gerekend.

Ik voelde me als een undercover agent. Gewapend met een nieuw kostuum, enkele hemden, chique schoenen en het obligatoire strikje wandelde ik de Croisette op. Mijn moeder had me moeten zien, rechtop wandelend, alsof de hele wereld aan mijn voeten lag, surfend op mijn iphone alsof ik onderweg was van een meeting met de mannen van Paramount naar een drink op de yacht van Johnny Depp. Niemand die vermoedde dat achter dat strikje een nietig kleine student uit onze metropool Lochristi zat verscholen.

Jammer genoeg was er één zichtbaar accessoire, de badge, waarmee onderscheid gemaakt kon worden tussen de belangrijke mensen, zij die ongestoord de hogere regionen van het festival mochten gaan beklimmen, en onbelangrijke mensen, zij die achter sterren, genodigden, fotografen en waakhonden op straat moesten blijven staan. De waakhonden waren bovendien goed getraind in het maken van dat onderscheid en in het hersenloos volgen van de strikte regels.
De toegang tot het hart van het gebeuren werd mij dus ontzegd. Ik deed wat elk normaal mens zou doen in die omstandigheden, de realiteit ontvluchten en een van de cinemazalen induiken. Ik moet zeggen dat dat leven me wel aanstond. Het ene Argentijnse melodrama was nog niet afgelopen of ik genoot al van het volgende. De selectie bestond zeker niet alleen uit exotische, alternatieve films met een budget van 20 eurocent. Alles en iedereen werd wel op één of andere manier vertegenwoordigd. Ik zag een Franse highschool-detectivefilm in Salle Debussy, om dan buiten het centrum in Théâtre La Licorne naar een Iers oorlogsdrama te gaan kijken, met een tussenstop in Palais Stéphanie voor een Amerikaans-Zambiaanse kortfilm. Elke dag stond er zo’n virtuele wereldreis op het programma.

Af en toe maakte ik zelfs een wereldpremière mee. Op zo’n gebeuren is het fantastisch om de debuterende filmcrew te zien genieten van de hoogst mogelijke erkenning voor hun werk. Het oprechte ongeloof waarmee zo’n jonge regisseur het applaus ondergaat is prachtig. Het wakkerde tevens mijn ambitie aan om ooit op diezelfde plaats te staan.
Ondanks mijn waardeloze badge ben ik er in geslaagd een kijkje te nemen in de paviljoenen en op de filmmarkt. Dit zijn plaatsen waar duidelijk wordt dat alle regisseurs met hun films ingekapseld zijn in een wereldwijde industrie. Voor elke gerealiseerde film zijn er 20 die in een stoffige schuif blijven liggen, of nooit gedraaid worden. Die harde realiteit kon ik dan weer vergeten op één van de drinks die door het Vlaams Audiovisueel fonds georganiseerd werd. Een decadente bedoening op het Terrasse des Belges, met uitzicht op de rode loper.

Kortom, de week was een opeenvolging van absurde gebeurtenissen die amper samen te vatten valt in een afsluitende paragraaf. Ik probeer toch. Enerzijds was er de voortdurende schrik om ontmaskerd te worden. Alsof Hercule Poirot op elk moment kon opduiken en met een luide “AHA!” mijn strikje zou aftrekken. Anderszijds heb ik in mijn vermomming enorm veel opgestoken en genoten. Ik heb prachtige films gezien, interessante mensen ontmoet en enorm veel geleerd over de wereld waar ik ooit deel van hoop uit te maken. Een onvergetelijke week!

Greenberg (***)

In tijden van crisis is het moeilijk om weerstand te bieden aan de beproefde recepten van Hollywood. De se- en prequels vliegen ons alweer om de oren. De zomerplanning is opnieuw gevuld met spectaculaire rampenfilms, historische epossen en 3D-horrorfilms. Amerikaanse regisseurs die ondanks dit alles hun eigen visie kunnen uitwerken worden steeds zeldzamer.

In dat kleine groepje vinden we alvast Noah Baumbach, die in Greenberg een heel erg breekbare Ben Stiller opvoert. Het woord tragikomedie is hier zeker op zijn plaats. Roger Greenberg (Stiller) is een getormenteerde timmerman en ex-muzikant die even 'niets wil doen'. Hij verblijft gedurende enkele weken in de villa van zijn broer in LA en ontmoet daar diens assistente, Florence (Greta Gerwig). De opeenvolging van aantrekken en afstoten tussen deze twee tragische figuren is soms heel grappig, maar vooral heel pijnlijk om te zien. Er hangt voortdurend een vervreemdend sfeertje over de film, een sfeer die Baumbach versterkt via een bizarre cameravoering, profielshots, tijdsprongen, ongepaste geluidseffecten, een wissel van hoofdpersonage na vijf minuten, jumpcuts en vele andere stilistische elementen. Wie wil ondergedompeld worden in het universum van Noah Baumbach zal dus een kleine inspanning moeten doen om voorbij deze onconventionele technieken te kijken, maar het is zeker de moeite waard.

Au fond is dit een verhaal over settlen for less. We beseffen dat de dromen waarmee we de school uitgehold kwamen ongerealiseerd gebleven zijn. Het wordt tijd om onze aandelen te verkopen en in de zetel te gaan zitten. We hoeven niet meer al feestend de nacht door te steken omdat het leven te kort zou zijn, we hoeven niet meer te vechten voor het mooiste meisje van de klas, we hoeven niet meer impulsief naar Australië te vertrekken. "It's what people do, isn't it?". Greenberg denkt het leven te moeten leiden dat een jonge onbezonnen versie van zichzelf ambieerde, maar hij moet langzaamaan beseffen dat het geluk elders verscholen ligt.

Verder heeft Baumbach met deze film een ode aan de schraalheid gemaakt, en wat voor één. Na het delen van een Corona light, want er is niets anders, beginnen Roger en Florence te kussen. Wat volgt is een poging tot seks, hilarisch omwille van de klungeligheid, maar niet op de manier die we van Stiller gewoon zijn. Alles blijft doordrongen van een enorme akwardness die je haast een schuldgevoel bezorgt bij elke lach.

Voeg hierbij enkele zeer rake observaties (Rogers rant tegen de jeugd!), scherpe dialogen die vaak opzettelijk vermomde monologen zijn en een paar schitterende scenariële vondsten (de lezersbrieven). Het resultaat is een entertainende, verfrissende film die je bovendien aan het denken zet en je met een glimlach de zaal doet verlaten. Wat hebben we meer nodig?

zondag 16 mei 2010

Dat Cannes niet!

Nog heel even en ik vertrek. Mijn jeugdig enthousiasme heb ik naast mijn kritische pen en mijn zwembroek in de voorzak van mijn valies gestoken. De rest van de ruimte wordt ingenomen door mijn torenhoge ambitie. We gaan voor een cafégesprek met Woody Allen, een onvergetelijke nacht met Freida Pinto, een discussie over de beste film ooit met Tim Burton en ik hoop toch een scenario of twee verkocht te krijgen. Dat kan overigens niet moeilijk zijn op de Marché du Film. Ik zet me daar ergens in het midden en verkoop per kilo.

Om me te wapenen tegen mythomanen en phonies heb ik mijn alter ego al klaar. Ik ben Dylan Peeters, geboren Goran Ranovski, een geïmmigreerde Bulgaar die al 3 langspeelfilms op zijn naam heeft staan: een psychologisch oorlogsdrama over het noord-zuid conflict in Papoea Nieuw-Guinea, een soft erotische thriller met gehandicapten en een slapstickcomedy over de handel in ansjovis. Die laatste is internationaal onthaald en heeft de gouden bloemkool binnengehaald op het filmfestival van Novosibirsk.
Het is dan ook voor het promoten van 'на сиво-кафяво и златно' (The Grey and Brown Gold) dat ik in Cannes terecht gekomen ben. Ik ben ooit getrouwd geweest met een stand-in van Penelope Cruz maar heb nu pas, 3 huwelijken later, het hoogtepunt van mijn geluk bereikt. Ook op creatief vlak gaat het beter dan ooit, oeps er valt iets uit mijn tas, ha juist ja, dat is dat scenario dat ik onlangs geschreven heb. Elephant Man meets Apocalypse Now met een vleugje Frost/Nixon.

dinsdag 16 februari 2010

The Imaginarium of Dr. Parnassus (**)

Er waren op voorhand reeds verschillende redenen om af te tellen naar deze film. Eén ervan was uiteraard Heath Ledger. De man had duidelijk Kurt Coban’s ‘live fast, die young’-handboek gelezen en zijn dood maakte zijn acteerprestatie in The Dark Knight nog legendarischer dan ze al was. Waar echter alweer geen rekening mee gehouden werd was dat die arme Terry Gilliam midden in de opnames van The Imaginarium of Doctor Parnassus zat, met Ledger in de hoofdrol. Nu, Terry Gilliam zou Terry Gilliam niet zijn als hij geen inventieve oplossing zou bedenken voor dit schijnbaar onoverkomelijk probleem. Hij verving Ledger in de droomsequenties respectievelijk door Johnny Depp, Jude Law en Colin Farrell, misschien wel dé 3 acteurs van het moment en allen vrienden van Ledger. Deze kunstgreep komt overigens alles behalve goedkoop over, je moet zelfs goed kijken voor je door hebt dat je naar de ene fantastische acteur zit te kijken en niet naar de andere. Kortom, dit obstakel werd perfect overwonnen. Jammer voor Ledger is wel dat zijn personage lang niet de diepgang en de complexiteit evenaart van de joker, maar dat is de fout van het scenario. Zoals we eerder reeds gezien hebben, is Gilliam een meester in het creëren van werelden en de kijker – zoals de klanten van het imaginarium – mee te voeren in een heerlijke willing suspension of disbelief. Het doet je tijdens de film zelfs aftellen naar het moment waarop er nog eens iemand door de magische spiegel gaat. Dat is helaas slecht nieuws voor het echte verhaal. De premisse is interessant. Een onsterfelijke man, Doctor Parnassus (Christopher Plummer), laat zich keer op keer verleiden door de duivel (Tom Waits op zijn best) in het sluiten van weddenschappen. Ze houden als het ware een wedstrijd om het meest menselijke zielen verzamelen met als inzet de dochter van Parnassus (Lilly Cole). Een willekeurige ziel loopt door de spiegel en komt terecht in zijn of haar ideale fantasiewereld. In die wereld wordt de ziel vroeg of laat geconfronteerd met een keuze, die neerkomt op of een punt voor Parnassus, of een voor de duivel. Deze premisse doet de hoop rijzen naar een epische eindstrijd waar niets nog is wat het lijkt en waar droom en realiteit volledig vervlochten worden. Helaas komt het einde overal, behalve in de buurt van die verwachtingen. Alle visuele elementen waren aanwezig om ons helemaal verdwaasd en perplex achter te laten, maar het verhaal schoot tekort. Ik geloof niet dat Ledgers dood een goed excuus is voor het zwakke einde. We waren bereid mee te gaan tot de grens van het voorstelbare, maar Gilliam had geen goesting meer. Jammer, want wat nu een entertainende en onderhoudende film is, had een pareltje kunnen worden.

maandag 15 februari 2010

The Road (****)

De voorbije decennia zullen in de geschiedenisboeken terug te vinden zijn als een tijd waarin de mens langzaam bewust werd van zijn invloed op zijn eigen omgeving. De groene beweging is vanuit de obscure marginaliteit gegroeid tot een wereldwijde industrie. De effecten daarvan zijn ook in Hollywood duidelijk merkbaar. We krijgen er tegenwoordig elk half jaar een rampenfilm in gestampt, de volgende steeds iets spectaculairder dan de voorgaande. We hebben intussen niet enkel de WTC-torens, maar alle wereldmonumenten zien neerstorten en ontploffen. De environmentalists en de cgi-experts sloegen de handen in elkaar en ontwikkelden een enorm populair geworden genre.

Toch is het nieuwe er wat af. In de film 2012 verging echt alles wat kon vergaan, er valt nog weinig te overtreffen. Als gevolg zien we opnieuw de langzame groei van een ander genre, de post-apocalyptische film. Dit genre toont ons de wereld nadat de cgi-machine gepasseerd is: stil, donker, grijs, verlaten, statisch.

Eén film uit dit rijtje is de McCarthy-verfilming ‘The Road’ van John Hillcoat. We krijgen te zien hoe een vader (Een schitterende Viggo Mortensen) en zijn zoontje in leven trachten te blijven tussen de puinhopen van de beschaving. Met een minimum aan flashbacks wordt de voorgeschiedenis verteld. De wereld gaat langzaam ten onder, de oorzaak van de apocalyps wordt niet duidelijker dan wat gerommel uit de lucht, en dat hoeft ook niet, dat is niet waar het in deze film om draait. Het kind wordt geboren in deze langzaam degraderende wereld. De mensheid en al haar waarden en normen vergaan, de moeder weigert haar kind te laten opgroeien in zo’n wereld en geeft op. De vader blijft hopen en vertrekt met zijn zoon naar het zuiden.

Dit simpel verhaal wordt echter gebruikt om een hele hoop vragen op te roepen die voordien nooit tot in het uiterste werden doorgedacht. Wat gebeurt er met de moderne mens wanneer alle luxe verdwenen is? Is er nog plaats voor moraliteit en menselijkheid? En zo ja, hoe lang? Hoe groot moet de nood worden voor we in kannibalisme en ander dierlijk gedrag vervallen? Wat zijn al onze moraalfilosofische theorieën en universele verklaringen van de rechten van de mens nog waard in zo’n wereld? De belangrijkste vraag die gesteld wordt is echter, wat leer je je kind? Kan je het opvoeden tot een waardige mens, of moet je het leren hoe een beest te zijn, opdat het meer kans op overleven zou hebben in de post-apocalyptische boomloze jungle? Dit is het centrale dilemma waarmee het hoofdpersonage kampt. Langs de ene kant wil hij zijn zoon hard maken om hem voor te bereiden op een tijd zonder zijn bescherming, maar langs de andere kant is enkel het overleven nutteloos voor wie ooit liefde, vriendschap, schoonheid en muziek gekend heeft. Het moment waarop het duo een piano vindt, brengt de vader even terug naar die zorgeloze tijden, een zeer moeilijke scène die door Mortensen alweer perfect geloofwaardig vertolkt wordt.

Het geheel is een zeer ingetogen en enorm donker verhaal van het laatste beetje liefde dat moeizaam tracht te overleven. Het is een verhaal dat men ook in The Book of Eli probeert te vertellen, maar met desastreuze gevolgen. Misschien is een vechtende black Jesus iets minder effectief in het overbrengen van die boodschap dan een vader en zijn kind op de rand van de afgrond. Dat er in The Road amper naar God en religie wordt verwezen ondersteunt deze stelling. Als hij ooit bestaan heeft is hij er al lang van onder gemuisd. Ondanks alle miserie, plunderen, moorden, kannibalisme slaagt deze film er echter toch in – al is het maar een sprankeltje – hoop te geven.

donderdag 11 februari 2010

Here's looking at you, kid.

Gisteren bezocht ik een lezing in de reeks 'anatomie van de film'. De les ging over kostumering en dan vooral over de rol van vrouw en hoe ze gerepresenteerd wordt in de film noir. Na een gezonde dosis feministische filosofie - meer dan een doordeweekse woensdagavond kan verdragen - stond er echter een film op het programma, Double Indemnity, een protoypische film noir van Billy Wilder uit 1944. Het was de tweede keer op korte tijd dat ik deze film bekeek en ik moet zeggen dat ik nu nog meer overtuigd ben van de genialiteit van deze prent. Verlangen we niet allemaal naar een tijd waarin we vrouwen 'sweetheart' kunnen noemen en met een simpele 'get a beer, will ya' op onze wenken bediend kunnen worden. De rest van de dag spenderen we gewoon aan witty comebacks bedenken op alle mogelijke vragen, aan het dragen van veel te hoog opgetrokken broeken en aan sigaretten roken, de volgende uiteraard aanstekend met de voorgaande. Het geeft me altijd dat gevoel dat Woody Allen zo mooi beschrijft in Play it again, Sam. We willen allemaal Humphrey Bogart zijn.

"Nee, baby, bij mij blijven is gevaarlijk, ik ben een scumbag, ik weet dat je gevoel het tegenovergestelde wil maar ik kan me niet veroorloven te voelen, dat is voor priesters en astrologen. Ik ben een man van de harde feiten en de harde feiten dicteren dat je bij Julien hoort, hij is degene met toekomst en geluk in zijn achterzak. In mijn achterzak zal je enkel gin en sigaretten vinden."

Jammer dat alles zo bekakt klinkt in het Nederlands. En ook jammer dat ik me duizend keer meer identificeer met Allan uit Play it again, Sam dan met Rick uit Casablanca. Maar de realiteit is dat we allemaal losers zijn op zoek naar dat ene glansrijke Bogart-moment, en dan maar hopen dat we het niet verpesten door een luide scheet te laten.

zaterdag 7 november 2009

(500) Days of Summer

Ik moet eerlijk zeggen, ik verwacht niet meer onder de indruk te zijn van romantische komedies. Ik geloof ondertussen dat ik het hele spectrum van mogelijke liefdesgeschiedenissen wel ken. In dit geval: man die schijnbaar vrede genomen heeft met de grijsheid van het bestaan ontmoet impulsieve, mooie, prettig gestoorde vrouw die zijn leven verandert. Hier zijn de rollen die het cliché voorschrijft wel deels omgedraaid.
Onze man, Tom Hansen (Joseph Gordon-Levitt), is degene die nooit gestopt is in ware liefde te geloven. Het is een geloof dat vorm kreeg via films als The Graduate en via Beatlesliedjes, want die durfden af en toe wel eens over de liefde gaan. Hij werkt dan ook voor een bedrijf dat greeting cards bedenkt. Mevrouw, Summer Finn (Zooey Deschanel), heeft een meer pragmatische kijk op zaak en weigert gevoelens en menselijke relaties in hokjes te steken. Er is enkel de 'ik' van het nu, die niets afweet van de gevoelens van die andere persoon die morgenvroeg wakker wordt.

Tot hier toe volgt alles de wetten van de romantische komedie. Maar hier is meer aan de hand. Een hele hoop slimme observaties, gecombineerd met een subtiel gevoel voor humor dat verstandig (en niet te veel) gebruikt wordt liet deze prent mijn stoutste verwachtingen overstijgen.
De scène waarin onze held gelukkig over straat paradeert en danst na zijn eerste nacht met Summer lijkt eerst met de grens tussen het realistische en het belachelijke te flirten, maar overschreidt die grens vervolgens zo ver, dat het een hilarisch resultaat oplevert.
Dan is er de scène waarin duidelijk is dat zij uit elkaar wil gaan, terwijl hij wanhopig de overduidelijke signalen negeert om haar toch maar niet te moeten verliezen. Deze en enkele andere scènes betreden nog niet helemaal platgetrede paden, ze staan dichter bij de realiteit dan de gemiddelde scène uit een gemiddelde romantische komedie. Dat laatste punt is dan ook de moraal van de hele film. Greeting cards zijn de woorden van een ander om uit te drukken wat je voelt, films tonen onze fantasieën over relaties, niet hoe de realiteit in elkaar zit en Beatlesliedjes verkleuteren alles wat met liefde te maken heeft.

Naast het inhoudelijke is de film ook visueel erg sterk. Er wordt gespeeld met allerlei technieken die het verhaal heel goed ondersteunen. Zo is er een perfect uitgevoerde split-screen, er wordt ook van animatie gebruik gemaakt en elke scène wordt voorafgegaan door een teller die van 0 tot 500 gaat en die de kijker helpt zich te oriënteren in de tijd. Dat laatste is erg handig aangezien er vreemde sprongen gemaakt worden. Toch blijft alles overzichtelijk en interessant tot het einde.
De laatste scène vond ik persoonlijk paradoxaal. In de film wordt een speech afgestoken tegen de oversimplificatie van liefde in films en tegen het gegarandeerde happy end. Deze film komt niet in het lijstje terecht van films die hij zelf bekritiseert, maar het scheelt toch niet veel en dat hoefde voor mij niet. Verder is (500) days of summer een must voor iedereen die graag eens verliefd wordt.

zaterdag 10 oktober 2009

Over de zaligheid der helaasheid der dingen

De Helaasheid der Dingen is één van de films die al in geschiedenisboeken terecht was gekomen voordat het grote publiek er ook maar iets van gezien had. Hij wordt nu reeds de hemel in geprezen en wordt bovendien onze inzending van de oscars, in de plaats van de meest populaire Vlaamse film aller tijden, Loft.
Het zou natuurlijk leuk zijn voor filmrecencenten om zo'n film, tegen alle verwachtingen in neer te schieten. Een val is des te pijnlijker van op de hoogste verdieping.
Helaas! De hoogste verdieping is nog te laag voor dit meesterwerk. Het verhaal kennen we allemaal, aangezien we allen het boek gelezen hebben. Gunther Strobbe groeit op in het dorp Reetveerdegem, alwaar zijn beïnvloedbare jonge geest over en weer wordt geslingerd tussen zijn drinkende, dansende, roepende, kakkende en neukende nonkels aan de ene kant, en zijn de school als deur naar een grotere wereld aan de andere kant.
De decadentie die door Dimitri Verhulst prachtig werd beschreven is schijnbaar moeiteloos vertaald naar het witte doek. Voor de befaamde Vlaamse kleinburgerlijkheid hoeft dus al niet gevreesd te worden. Voor ieder wat wils: piemels, tetten, kots, huiselijk geweld en seks voor wie van beelden houdt. Voor wie het meer op audiovlak zoekt zijn er scheetgeluiden en zinnen als: "laat mij kakken" en "mijn pruim is nat".

Het zien van deze film, in combinatie met een les dramaliteratuur later die dag, brachten me tot enkele overpeinzingen. Toen het postmodernisme half jaren 70 ontstond als reactie op het ongebrijdelde optimisme van de moderniteit, werden aan de 'hogere kunst' ook 'volksere elementen' toegevoegd. Er was immers geen basis meer waarop men kon steunen om te beweren dat de levensstijl van de rijken de beste was. De persvertoning die ik bijwoonde leek me het summum van deze evolutie. Een zaal vol high society: journalisten, studenten en prominenten die buldert van het lachen wanneer er iemand een scheet laat. Tegelijk wordt waarschijnlijk wel vergeten hoe autobiografisch dit verhaal is. Maar ja, Dimitri Verhulst hoort ondertussen zelf bij ons elitaire clubje en kan duchtig meelachen met die bende marginalen. Haha prot.

Misschien wordt tijdens het lachen wel vergeten hoe mooi de dubbelzinnigheid van Gunther's bestaan in beeld wordt gebracht. Geen Darth Vader in dit verhaal, enkel een man die het beste voor heeft met zijn zoon, maar nog niet voor zichzelf kan zorgen. Een verhaal van mensen die gezellig in een heel kleine wereld wonen, maar een hel voor wie de grenzen van die wereld wil overschrijden.

zondag 17 mei 2009

Trek het je niet aan

In de 17de eeuw werkte Newton zijn gravitatiewet uit. Simpel uitgedrukt houdt deze wet in dat alle objecten in het universum een kracht op elkaar uitoefenen. Deze kracht hangt af van de massa van deze twee objecten en van de afstand die hen van elkaar scheidt. Zoals we allen geleerd hebben op de schoolbanken, bevat het universum heel erg veel objecten: planeten, sterren, bergen, schoolbanken, mensen, koffiezetapparaten, zeewieren en teenkazen. Dit lijstje kan ongetwijfeld aangevuld worden met andere voorbeelden – ik denk aan grindstenen, portoglazen en vensterbanken – maar ik wil jullie niet te lang lastigvallen met de technische kant van de zaak.

De gravitatiewet kon verklaren waarom de aarde rond de zon blijft draaien, waarom Australiërs niet in de lucht vallen, waarom de zeeën eb en vloed kennen en vooral waarom dikke mensen minder hoog kunnen springen. In een theoretische ruimte met slechts twee objecten is het makkelijk de krachten te berekenen, namelijk de universele gravitatieconstante maal massa1 maal massa2 gedeeld door het kwadraat van de afstand tussen de twee. Zo kan je voorspellen hoe een tweesterrensysteem zich zal gedragen als je over deze gegevens beschikt. Problemen ontstaan echter wanneer we een derde ster toevoegen. Een drie- of meersterrenstelsel is wat wij een chaotisch systeem noemen. We kunnen niet voorspellen hoe de verschillende objecten elkaar zullen beïnvloeden. Dat zegt niets over de wereld, maar enkel iets over onze tekortkomingen. Wij mensen zijn te klein en onze newtoniaanse wetenschap te beperkt om zo’n systeem – dat nochtans helemaal deterministisch in elkaar zit – te beschrijven. Sommige processen zijn gewoon te complex. Het weer is nog zo’n voorbeeld. We hebben allemaal al eens gehoord dat het geflap van een vlinder een orkaan kan veroorzaken aan de andere kant van de wereld. Sindsdien ben ik trouwens vlinders beginnen vermoorden.

Ik zie echter nog een andere analogie, met een psychologisch fenomeen: mensen met irritant sterke persoonlijkheden die een mening hebben over alles, laten we ze voor het gemak Roemenen noemen. Plaats drie of meer Roemenen in eenzelfde omgeving en je krijgt met een chaotisch systeem te maken: een drieroemenenstelsel. Een klein verschil in initiële omstandigheden kan ervoor zorgen dat roemeen1 een aliantie sluit met roemeen3 tegen roemeen2 omdat die laatste tegen roemeen4 gezegd heeft dat roemeen3 te veel roddelt. Roemenen trekken elkaar aan en stoten elkaar af onder invloed van andere roemenen. Gemeenschappelijke vijanden leiden tot alianties, allianties worden onvermijdelijk gebroken om aanleiding te geven tot nieuwe allianties, gesteund op gedeelde haat. Het leidt tot een enorm complex, chaotisch en vooral irritant systeem van door elkaar bewegende mensen die het ene moment hypocriet vriendelijk zijn tegen elkaar en het volgende moment handelen alsof de ander niet bestaat. Kutroemenen!

Ik betwijfel echter, mijn beste Isaac Newton (ik richt me nu even specifiek tot jou), dat we de wetenschap naar nieuwe ongekende hoogtes zullen voeren door de massa’s van een hoop roemenen te gaan berekenen. Ik denk – en meneer Einstein heeft me daar al openlijk in beaamd – dat jouw universele gravitatiewet iets té simpel is. Maar laat dat geen reden zijn om op te geven. Zo lang je je best doet, kan je niets verweten worden. Om het met een gravitatiemopje te zeggen: trek het je niet aan!

zondag 10 mei 2009

Losse gedachten

Wat als scheten een grotere cohesiekracht hadden? Dan zouden we op straat lopen en plots de scheet ruiken die een voorbijganger de dag ervoor had gelaten. We zouden mechanismen evolueren om scheten te linken aan gezichten en we zouden de geur aangenaam leren vinden. Wat als scheten een grotere cohesiekracht hadden?

***

Facebook is een uitvinding van de chinezen om ervoor te zorgen dat niemand in het Westen nog werkt. Dat veroorzaakt een economische crisis en zal uiteindelijk leiden tot Chinese wereldhegemonie.

***

Wat betreft academisch taalgebruik dient een kanttekening gemaakt te worden. Hoewel de lengte van de zin niet ten koste dient te gaan van de inhoud, is het sporadisch voorkomen van een bijzin een conditio sine qua non posso scribere in thesis nos habere servus. Zo kan een gedachtestreepje – dat door moderne technologieën automatisch langer wordt na het ingeven van de spatie – hulp bieden om organisatie te introduceren in die veelheid aan woorden, die bovendien een hoge mate van complexiteit bevatten. Een academische paper dient dan ook aan deze voorwaarden te voldoen, motje.

***

Er vindt een proces van co-evolutie plaats tussen de snelheid van de vlieg en onze oog-hand-vliegenmepper-coördinatie. De vlieg die niet snel genoeg is sterft, waardoor de snelle overleven en snelle nakomelingen maken. De mens die de vlieg die iedereen irriteert niet kan doodslaan verliest zijn status en vermindert zijn kansen op voortplanting, waardoor ook de genen van de trage vliegenmoordenaar verloren gaan in de evolutionaire afvalput. Zowel vliegen als mensen worden dus sneller. Hoera!

***

Is ons heelal een minideeltje van een minideeltje dat een secondelang aanwezig is op een haartje van de vacht van een lama in ander, veel groter heelal dat op zijn beurt deel uitmaakt van een nog groter geheel? Of is het eerder een kameel?

***

Ik zou graag 1000 jaar worden en iedereen die daarop antwoordt "pff, ik zou mij wel beginnen vervelen ze" is duidelijk nog nooit naar Disneyland geweest.

***


Random filosofische bespiegeling met onverwachte humoristische wending op het einde.

dinsdag 5 mei 2009

De Kunstmarkt

Films maken. Een redelijk pretentieus plan, me dunkt. Die 's' vooral, dat meervoud, 'films'.
Niet één magnum opus, maar vele verschillende werkjes. De ene is nog maar net klaar en je moet al met een andere bezig zijn. Het publiek heeft namelijk een afschuwelijk korte aandachtsspanne. En film is een vluchtig medium in het menselijk brein. Het beklijft niet zoals een boek dat kan, het plakt minder aan je maag en laat over het algemeen ook je andere organen met rust. Bovendien bestaat het groepje films dat door de gemiddelde mens een tweede keer wordt bekeken uit een gepriviligeerd aantal. Dat gepriviligeerd aantal bevat dan nog een elite van films die beter worden bij elke herhaling. Een lijstje, dan ben ik cool by association:


• Fight club
• Amélie poulain
• Dr. Strangelove
• Oh brother where art thou
• Eternal sunshine of a spotless mind
• The Shawshank Redemption
• Pulp Fiction


Is het niet zo'n lijst waartoe je moet proberen behoren? Is het niet de bedoeling dat de mensen hun handelen en denken aanpassen in functie van wat jij gemaakt hebt? Dat ze door jouw verzonnen zinnen gebruiken en ze op hun lichaam laten tatoeëren? Is het niet de bedoeling dat ze boeken schrijven waarin ze elke seconde van je werk analyseren om te weten wat je juiste bedoelingen waren?
Of neem je genoegen met de functie van vluchtig entertainment? Is het voldoende dat je de mensen voor heel even kan doen vergeten dat er een wereld bestaat buiten de cinémazaal? Of is het voldoende dat je ze even doet stilstaan bij evidenties tijdens de rit naar huis? Wanneer ze thuiskomen blijkt toch dat de draad van hun dagelijks leven aan de voordeur op ze lag te wachten.En wat is de functie van een kunstenaar bovendien in tijden van crisis? In het beste geval kan hij mensen die wél over lef en daadkracht beschikken, aanzetten om de wereld te veranderen. In het slechtste geval creëert hij nieuwe kunstenaars, ofte concurrentie op de markt van de kunst. Dat is een gigantisch plein vol kraampjes waarin je vanalles naar het hoofd gesmeten wordt:
"Hier mevrouw, verhalen met hoofdpersonages waarmee je je kan identificeren, maar 7.99 euro per kilo."
"Kom dat zien, lelijke, goedkope kunstwerken van bekende kunstenaars waarmee je kan stoefen tegen je gasten."
"Genietbare films met onconventionele eindes, toon je vrienden dat je anders bent."
"Koop de nieuwe mainstream-hollywood-collection 'Die Hard 5: Die Hardest', 'Rambo 7', 'Ocean's 22', 'The Return of the Revenge of the Mummy 3' en 'Indiana Jones in space'."
"35 uur lange fotoreportage van mijn twaalfvingerige darm. Kunst is wat kunst genoemd wordt, allé meneer, halve prijs omdat u het bent."

En daar dan tussen gaan staan en hopen dat je luid genoeg kan schreeuwen.

woensdag 15 april 2009

Nieuwe blogpost

Het is ongeveer 3 maand geleden. Vandaag moet en zal er geschreven worden! En u zal lezen!

Er lag een drol voor mijn deur. Ik slaagde er nog relatief goed in het ding te negeren in de hoop dat het probleem zichzelf zou oplossen of door iemand anders opgelost zou worden. Dat laatste lag echter niet voor de hand. De andere 4 mensen die de deur en de daar voor liggende vierkante meter met trots de hunne kunnen noemen deelden blijkbaar mijn hoop. Het is verbazend hoe rap je geconditioneerd kan worden. Toen de drol door een onschuldige voorbijganger over willekeurige plekken op het hele voetpad uitgesmeerd werd leerde ik zelfs om mijn fiets op te heffen elke keer ik toekwam, een actie waarop ik mezelf, nu de hele nachtmerrie voorbij is, nog steeds betrap. Het doet me stilstaan, zoals dat waarschijnlijk bij iedereen zou gebeuren, bij de neurologische plasticiteit van onze hersenen. Het stuk brein dat actief wordt bij het zien van mijn voordeur legt langzaam linken met het stuk brein dat actief wordt wanneer ik in een dampende drol trap en uiteraard veroorzaakt dat laatste op zijn beurt gevoelens van walging en oplettendheid om die walging te vermijden. Door het steeds opnieuw samen zien van de deur en de drol worden de linken sterker en sterker, tot het het hele boeltje volkomen automatisch verloopt. Ik zie voordeur, hef fiets op, trappel op de tippen van mijn tenen door het slagveld en ga binnen. Dit mechanisme zorgt ervoor dat wij mensen ons zowat kunnen aanpassen aan alle mogelijke omstandigheden. Tegelijk is dat mechanisme ook een excuus voor luiheid. Dat hele vermoeiende conditioneringsproces was nooit nodig geweest als iemand de volwassenheid had gehad om een plastic zakje te nemen en 10 seconden van walging te doorstaan. Zo ver zijn we blijkbaar nog niet geëvolueerd. Uiteindelijk is alles weggespoeld door de regen. Moraal van het verhaal: zelfs een drol voor je deur kan via neuronen leiden tot een blogpost.

maandag 19 januari 2009

Samen in een kano

Een hoer en een kiwi zitten in een kano. Zegt de één tegen de ander:
H: Fernando?
K: mm
H: Zie je mij nog graag?
K: mm
H: Waarom zeg je altijd zo weinig? Je antwoordt amper om mijn vraag. Wat denk dat ik dan moet denken? Het is toch niet zo moeilijk, er zijn geen duizend antwoordmogelijkheden. Er liggen er alleszins maar twee voor de hand, Fernando, ja of neen…
K: (zucht) Waarom zo moeilijk doen, het is toch niet zo dat ik weiger te ontkennen dat ik je niet meer graag zie?
H: Ja voila, en dan nemen we natuurlijk de uitweg van de vierdubbele ontkenning. Zo ken ik je Fernando. Ik herinner me een tijd waarin ik dat grappig vond, maar toen waren we nog jong. Onze kano bevond zich nog dichtbij de bron van de rivier. Je kon er toen nog niet zo makkelijk uit springen. Maar nu we alle watervallen en stroomversnellingen voorbij zijn en we in dit meer terechtgekomen zijn ligt enkel het doelloos ronddobberen nog voor ons. Ik vraag je of je zo'n eeuwigheid met mij ziet zitten en het enige antwoord dat je kan bedenken is natuurlijk weer prachtig van vorm, maar inhoudloos. Ik vraag me dan af of je al die achtergehouden inhoud opspaart voor iemand anders, Fernando…
K: Anita…
H: Neen Fernando, neen. Ik wil niet meer horen dat het tegendeel van de ontkenning van het tegengestelde van jouw haat voor mij minstens zo diep is als het omgekeerde van een zeer ondiepe put. Dat is betekenisloze spielerij. Wat ik wil horen zijn 4 woorden, geen 56, vier!
K: Daarjuist zei ik te weinig en nu zeg ik plots te veel. Je moet weten wat je wil hé Anita!
H: (begint te huilen) …. Ik weet perfect wat ik wil Fernando. Ik wil jou! De vraag is of jij mij nog wil, en hoe langer je je antwoord uitstelt, hoe meer ik ervan overtuigd geraak dat je wil springen. Je wil het water in duiken, op zoek naar een andere kano, of misschien wil je gewoon zwemmen, dat weet ik niet. Als je maar weg kan hier!
K: Neen, Anita, dat is niet waar, het is gewoon …
H: Wat dan? Wat is het, want ik ga je niet tegenhouden hoor. Spring maar! Ik kan het wel alleen. Ik ben verdomme niet 5 weken lang naar de computerles geweest om heel mijn leven afhankelijk te kunnen zijn van iemand die me niet graag ziet! Ik wil een antwoord Fernando, ik wil het nu… Hou je nog van mij?
(stilte)
K: Maar Anita …
H: Ja Fernando …
K: Ik ben een kiwi

zondag 7 december 2008

Ricky Gervais

En dan nog even gewoon het grappigste ooit van alles:




En nog iets uit The Office, niet voor gevoelige kijkers:

I wish to report a burglary

Vanaf nu kan u hier, als enige plaats op het internet, ook filmpjes bekijken. Op die manier kan ik me associëren met dingen die andere mensen gemaakt hebben, en dat bespaart me toch wat tijd.
Van wal steken we met een Monty Pyhton sketch uit die goede oude tijd. Simpel doch hilarisch:

donderdag 20 november 2008

Vicky Cristina Barcelona

Gisteren ging ik als ware intellectueel naar de sphinx, jawel een cinémacomplex waar ik moet betalen, om de nieuwe Woody Allen film te gaan bekijken. Mijn kritische geest had ik blijkbaar, samen met mijn Kinepolis-trouw buiten laten liggen. Ik vond de film fantastisch en ik kreeg meteen al het gevoel van jaloezie dat ik bij elke Allen-film krijg.
Het verhaal gaat over de liefde en schuwt daarin geen clichés. Van in het begin krijgen we zonder bullshit van de verteller te horen wat de visie van beide meisjes op de liefde is. Vicky is nuchter en denkt na over alles wat ze onderneemt. Ze is verloofd en kijkt uit naar haar volledig uitgestipelde leven in de armen van steeds diezelfde succesvolle doch soms saaie man. Die man is een nogal zwart-witte figuur die ongeveer in elke Woody Allen-film terugkeert. Het is iemand die zich onderwerpt aan het maatschappelijke mechanisme en steeds doet wat er van hem verwacht wordt. Hij wordt rijker en rijker en koopt meer en meer zekerheid, tot het laatste restje verrassing volledig uit het leven geperst is.
Cristina is -o verrassing- helemaal het tegenovergestelde. Ze leeft van moment tot moment en van relatie tot relatie op zoek naar iets ideaals dat ze niet kan beschrijven. "Ze weet enkel wat ze niet wil", is de mooiste manier waarop het uitgedrukt wordt.
De meisjes ontmoeten Juan Antonio, in het begin een nogal stereotype spaanse player die het blijkbaar voor mekaar heeft. Hij lijkt geschoold te zijn in het leven en is uiteraard een impulsieve kunstenaar. Met voor de hand liggende uitspraken als "het leven is kort, je moet elke kans grijpen" en "je mag niet elke situatie kapotanalyseren tot alle charme eruit geperst is" slaagt hij erin de meisjes te overtuigen een weekend met hem in Oviedo door te brengen. Dat zorgt ervoor dat het verhaal, dat zich reeds in vierde versnelling bevond, nu naar vijfde schakelt.

Maar de figuren blijven natuurlijk niet zo zwart-wit. Iedereen krijgt een diepere dimensie en het einde is helemaal niet zo voorspelbaar en rooskleurig als je na het bovenstaande zou verwachten. Een zotte ex-vrouw die ongeveer in het midden van de film het verhaal ingegooid wordt is deels verantwoordelijk voor die complicaties. Voor de rest is de grootste verantwoordelijke gewoon de realiteit. Juan Antonio is nu eenmaal niet iemand die weet hoe de wereld in elkaar zit en hoe je geluk creëert, de man van Vicky is nu eenmaal niet iemand die het compleet verkeerde pad bewandelt. Het echte leven is nooit zo simpel als de strijd van de rebellen tegen the dark side.
Het is die grijsheid die ervoor zorgt dat we, nog maar eens, geen antwoorden krijgen op de vragen die ons 's nachts, alleen in bed het meest bezig houden, naast "kan ik nog in slaap vallen voor ik écht dringend naar de wc zal moeten?" natuurlijk.

woensdag 29 oktober 2008

De fundamentele waarheid over het universum

Hd gb kj zb esc kjbzeckjbzejc heoc h z eohc oz ehc hz eoc hze hhzechzihhc chzeochze cozh coz ch ze czc zochc h czo.
Cbuizuiczcuizic uich zczcoizcjichhz czhc zczhozhhoamahmq nhmcdqc zc hdsc cd cchhdshcvhjS.

Pas over 200 jaar zal men mij begrijpen.

dinsdag 28 oktober 2008

Die goede oude identiteitscrisis

Aah heerlijk. Nog eens goed panikeren over levensbepalende keuzes. In de illusie verkeren dat er een juist pad is, dat mijn problemen van kosmisch belang zijn en dat iemand er een moer om geeft. Uiteraard is dat geheel vergezeld van een alles verwoestende twijfel. Een twijfel die zelfs voor Descartes te ver zou gaan. Wat moet ik doen? Op basis waarvan moet ik besluiten wat ik moet doen? Doet het er iets toe wat ik doe? Wie ben ik om de pretentie te hebben iets te doen? Is het niet beter niets te doen? Hoe heette alweer dat programma met Mark Uyterhoeven en Rob Vanoudenhoven in dat huis?
Vragen die je opeten, je consumeren, tot je alles, de wereld, jezelf zo kapotgerelativeerd hebt dat beslissen onbelangrijk lijkt.

Dan vraag ik me toch af wat het evolutionaire nut is van zo'n identiteitscrisis. Zijn mensen die zoiets doorstaan beter in staat zichzelf in te schatten, zodat ze betere keuzes maken die dan leiden tot een verhoogde fitness? Jef twijfelt of hij jager of visser wil worden. Hij kiest na lang beraad voor visser omdat hij daarvoor meer talent heeft. Hij wordt de beste visser van de stam en bezwangert bijgevolg elke vrouw met een klein, aan zichzelf twijfelend vissertje. Zo kabbelt het evolutionaire beekje verder tot we in een wereld terechtkomen waar niemand zijn eigen identiteit nog kent. Wat dan weer leidde tot uitvindingen als de identiteitskaart, maar dat is voer voor een ander verhaal.

Of is dat hele evolutionaire verhaal bullshit en is dit verschijnsel slechts een gevolg van de moderniteit. Dat lijkt mij plausibeler. Toen keuzes zich nog beperkten tot wegvluchten van de hongerige leeuw of niet zal permanente twijfel toch eerder een obstakel geweest zijn. Vandaag zijn keuzes van een heel andere aard. Nu kunnen we in alle rust en kalmte de schaamhaarshampoo naar keuze selecteren uit een afdeling van 2m bij 2m. Twijfel is positief, ze geeft me tijd om rekening te houden met de specifieke kwaliteiten van de specifieke schaamhaarshampoo's en op die manier vind ik het product dat het best bij mijn persoonlijkheid past. De volgende dag kan ik met nieuwe moed en gewassen schaamharen de wereld intrekken.
Maar die twijfel, die ongetwijfeld het gevolg is van steeds meer keuzemogelijkheden, heeft tot gevolg dat mensen ook aan zichzelf gaan twijfelen. Daaruit ontstaat dan weer het recordaantal depressies waar we vandaag mee te kampen hebben.
Depressie is het gevolg van te veel keuze, om het met een oneliner te zeggen. Het veroorzaakt bij mij een romantisch verlangen naar vroegere tijden toen alles minder ingewikkeld was en toen ik nog gewoon jager of visser wilde worden.
Maar welke van de twee?

dinsdag 7 oktober 2008

Kort.

Eén paragraaf uit het boek 'De vergissing van Descartes' van Antonio R. Damasio, de laatste van hoofdstuk 7:

"Ten slotte moeten we beseffen dat het feit dat we emoties en gevoelens als concrete cognitieve en neurale grootheden zien, niets afdoet aan hun schoonheid of gruwelijkheid, of aan hun status in de poëzie of muziek. Als we begrijpen hoe we zien of horen, doen we niets af aan wat we zien of horen, aan wat op een schilderij is afgebeeld of in een dramatische zin is verwoord. Inzicht in de biologische mechanismen achter emoties en gevoelens is alleszins verenigbaar met een romantische opvatting van de waarde die ze voor menselijke wezens hebben."

Damasio, 't ís zo!