zondag 10 mei 2009

Losse gedachten

Wat als scheten een grotere cohesiekracht hadden? Dan zouden we op straat lopen en plots de scheet ruiken die een voorbijganger de dag ervoor had gelaten. We zouden mechanismen evolueren om scheten te linken aan gezichten en we zouden de geur aangenaam leren vinden. Wat als scheten een grotere cohesiekracht hadden?

***

Facebook is een uitvinding van de chinezen om ervoor te zorgen dat niemand in het Westen nog werkt. Dat veroorzaakt een economische crisis en zal uiteindelijk leiden tot Chinese wereldhegemonie.

***

Wat betreft academisch taalgebruik dient een kanttekening gemaakt te worden. Hoewel de lengte van de zin niet ten koste dient te gaan van de inhoud, is het sporadisch voorkomen van een bijzin een conditio sine qua non posso scribere in thesis nos habere servus. Zo kan een gedachtestreepje – dat door moderne technologieën automatisch langer wordt na het ingeven van de spatie – hulp bieden om organisatie te introduceren in die veelheid aan woorden, die bovendien een hoge mate van complexiteit bevatten. Een academische paper dient dan ook aan deze voorwaarden te voldoen, motje.

***

Er vindt een proces van co-evolutie plaats tussen de snelheid van de vlieg en onze oog-hand-vliegenmepper-coördinatie. De vlieg die niet snel genoeg is sterft, waardoor de snelle overleven en snelle nakomelingen maken. De mens die de vlieg die iedereen irriteert niet kan doodslaan verliest zijn status en vermindert zijn kansen op voortplanting, waardoor ook de genen van de trage vliegenmoordenaar verloren gaan in de evolutionaire afvalput. Zowel vliegen als mensen worden dus sneller. Hoera!

***

Is ons heelal een minideeltje van een minideeltje dat een secondelang aanwezig is op een haartje van de vacht van een lama in ander, veel groter heelal dat op zijn beurt deel uitmaakt van een nog groter geheel? Of is het eerder een kameel?

***

Ik zou graag 1000 jaar worden en iedereen die daarop antwoordt "pff, ik zou mij wel beginnen vervelen ze" is duidelijk nog nooit naar Disneyland geweest.

***


Random filosofische bespiegeling met onverwachte humoristische wending op het einde.

dinsdag 5 mei 2009

De Kunstmarkt

Films maken. Een redelijk pretentieus plan, me dunkt. Die 's' vooral, dat meervoud, 'films'.
Niet één magnum opus, maar vele verschillende werkjes. De ene is nog maar net klaar en je moet al met een andere bezig zijn. Het publiek heeft namelijk een afschuwelijk korte aandachtsspanne. En film is een vluchtig medium in het menselijk brein. Het beklijft niet zoals een boek dat kan, het plakt minder aan je maag en laat over het algemeen ook je andere organen met rust. Bovendien bestaat het groepje films dat door de gemiddelde mens een tweede keer wordt bekeken uit een gepriviligeerd aantal. Dat gepriviligeerd aantal bevat dan nog een elite van films die beter worden bij elke herhaling. Een lijstje, dan ben ik cool by association:


• Fight club
• Amélie poulain
• Dr. Strangelove
• Oh brother where art thou
• Eternal sunshine of a spotless mind
• The Shawshank Redemption
• Pulp Fiction


Is het niet zo'n lijst waartoe je moet proberen behoren? Is het niet de bedoeling dat de mensen hun handelen en denken aanpassen in functie van wat jij gemaakt hebt? Dat ze door jouw verzonnen zinnen gebruiken en ze op hun lichaam laten tatoeëren? Is het niet de bedoeling dat ze boeken schrijven waarin ze elke seconde van je werk analyseren om te weten wat je juiste bedoelingen waren?
Of neem je genoegen met de functie van vluchtig entertainment? Is het voldoende dat je de mensen voor heel even kan doen vergeten dat er een wereld bestaat buiten de cinémazaal? Of is het voldoende dat je ze even doet stilstaan bij evidenties tijdens de rit naar huis? Wanneer ze thuiskomen blijkt toch dat de draad van hun dagelijks leven aan de voordeur op ze lag te wachten.En wat is de functie van een kunstenaar bovendien in tijden van crisis? In het beste geval kan hij mensen die wél over lef en daadkracht beschikken, aanzetten om de wereld te veranderen. In het slechtste geval creëert hij nieuwe kunstenaars, ofte concurrentie op de markt van de kunst. Dat is een gigantisch plein vol kraampjes waarin je vanalles naar het hoofd gesmeten wordt:
"Hier mevrouw, verhalen met hoofdpersonages waarmee je je kan identificeren, maar 7.99 euro per kilo."
"Kom dat zien, lelijke, goedkope kunstwerken van bekende kunstenaars waarmee je kan stoefen tegen je gasten."
"Genietbare films met onconventionele eindes, toon je vrienden dat je anders bent."
"Koop de nieuwe mainstream-hollywood-collection 'Die Hard 5: Die Hardest', 'Rambo 7', 'Ocean's 22', 'The Return of the Revenge of the Mummy 3' en 'Indiana Jones in space'."
"35 uur lange fotoreportage van mijn twaalfvingerige darm. Kunst is wat kunst genoemd wordt, allé meneer, halve prijs omdat u het bent."

En daar dan tussen gaan staan en hopen dat je luid genoeg kan schreeuwen.

woensdag 15 april 2009

Nieuwe blogpost

Het is ongeveer 3 maand geleden. Vandaag moet en zal er geschreven worden! En u zal lezen!

Er lag een drol voor mijn deur. Ik slaagde er nog relatief goed in het ding te negeren in de hoop dat het probleem zichzelf zou oplossen of door iemand anders opgelost zou worden. Dat laatste lag echter niet voor de hand. De andere 4 mensen die de deur en de daar voor liggende vierkante meter met trots de hunne kunnen noemen deelden blijkbaar mijn hoop. Het is verbazend hoe rap je geconditioneerd kan worden. Toen de drol door een onschuldige voorbijganger over willekeurige plekken op het hele voetpad uitgesmeerd werd leerde ik zelfs om mijn fiets op te heffen elke keer ik toekwam, een actie waarop ik mezelf, nu de hele nachtmerrie voorbij is, nog steeds betrap. Het doet me stilstaan, zoals dat waarschijnlijk bij iedereen zou gebeuren, bij de neurologische plasticiteit van onze hersenen. Het stuk brein dat actief wordt bij het zien van mijn voordeur legt langzaam linken met het stuk brein dat actief wordt wanneer ik in een dampende drol trap en uiteraard veroorzaakt dat laatste op zijn beurt gevoelens van walging en oplettendheid om die walging te vermijden. Door het steeds opnieuw samen zien van de deur en de drol worden de linken sterker en sterker, tot het het hele boeltje volkomen automatisch verloopt. Ik zie voordeur, hef fiets op, trappel op de tippen van mijn tenen door het slagveld en ga binnen. Dit mechanisme zorgt ervoor dat wij mensen ons zowat kunnen aanpassen aan alle mogelijke omstandigheden. Tegelijk is dat mechanisme ook een excuus voor luiheid. Dat hele vermoeiende conditioneringsproces was nooit nodig geweest als iemand de volwassenheid had gehad om een plastic zakje te nemen en 10 seconden van walging te doorstaan. Zo ver zijn we blijkbaar nog niet geëvolueerd. Uiteindelijk is alles weggespoeld door de regen. Moraal van het verhaal: zelfs een drol voor je deur kan via neuronen leiden tot een blogpost.

maandag 19 januari 2009

Samen in een kano

Een hoer en een kiwi zitten in een kano. Zegt de één tegen de ander:
H: Fernando?
K: mm
H: Zie je mij nog graag?
K: mm
H: Waarom zeg je altijd zo weinig? Je antwoordt amper om mijn vraag. Wat denk dat ik dan moet denken? Het is toch niet zo moeilijk, er zijn geen duizend antwoordmogelijkheden. Er liggen er alleszins maar twee voor de hand, Fernando, ja of neen…
K: (zucht) Waarom zo moeilijk doen, het is toch niet zo dat ik weiger te ontkennen dat ik je niet meer graag zie?
H: Ja voila, en dan nemen we natuurlijk de uitweg van de vierdubbele ontkenning. Zo ken ik je Fernando. Ik herinner me een tijd waarin ik dat grappig vond, maar toen waren we nog jong. Onze kano bevond zich nog dichtbij de bron van de rivier. Je kon er toen nog niet zo makkelijk uit springen. Maar nu we alle watervallen en stroomversnellingen voorbij zijn en we in dit meer terechtgekomen zijn ligt enkel het doelloos ronddobberen nog voor ons. Ik vraag je of je zo'n eeuwigheid met mij ziet zitten en het enige antwoord dat je kan bedenken is natuurlijk weer prachtig van vorm, maar inhoudloos. Ik vraag me dan af of je al die achtergehouden inhoud opspaart voor iemand anders, Fernando…
K: Anita…
H: Neen Fernando, neen. Ik wil niet meer horen dat het tegendeel van de ontkenning van het tegengestelde van jouw haat voor mij minstens zo diep is als het omgekeerde van een zeer ondiepe put. Dat is betekenisloze spielerij. Wat ik wil horen zijn 4 woorden, geen 56, vier!
K: Daarjuist zei ik te weinig en nu zeg ik plots te veel. Je moet weten wat je wil hé Anita!
H: (begint te huilen) …. Ik weet perfect wat ik wil Fernando. Ik wil jou! De vraag is of jij mij nog wil, en hoe langer je je antwoord uitstelt, hoe meer ik ervan overtuigd geraak dat je wil springen. Je wil het water in duiken, op zoek naar een andere kano, of misschien wil je gewoon zwemmen, dat weet ik niet. Als je maar weg kan hier!
K: Neen, Anita, dat is niet waar, het is gewoon …
H: Wat dan? Wat is het, want ik ga je niet tegenhouden hoor. Spring maar! Ik kan het wel alleen. Ik ben verdomme niet 5 weken lang naar de computerles geweest om heel mijn leven afhankelijk te kunnen zijn van iemand die me niet graag ziet! Ik wil een antwoord Fernando, ik wil het nu… Hou je nog van mij?
(stilte)
K: Maar Anita …
H: Ja Fernando …
K: Ik ben een kiwi

zondag 7 december 2008

Ricky Gervais

En dan nog even gewoon het grappigste ooit van alles:




En nog iets uit The Office, niet voor gevoelige kijkers:

I wish to report a burglary

Vanaf nu kan u hier, als enige plaats op het internet, ook filmpjes bekijken. Op die manier kan ik me associëren met dingen die andere mensen gemaakt hebben, en dat bespaart me toch wat tijd.
Van wal steken we met een Monty Pyhton sketch uit die goede oude tijd. Simpel doch hilarisch:

donderdag 20 november 2008

Vicky Cristina Barcelona

Gisteren ging ik als ware intellectueel naar de sphinx, jawel een cinémacomplex waar ik moet betalen, om de nieuwe Woody Allen film te gaan bekijken. Mijn kritische geest had ik blijkbaar, samen met mijn Kinepolis-trouw buiten laten liggen. Ik vond de film fantastisch en ik kreeg meteen al het gevoel van jaloezie dat ik bij elke Allen-film krijg.
Het verhaal gaat over de liefde en schuwt daarin geen clichés. Van in het begin krijgen we zonder bullshit van de verteller te horen wat de visie van beide meisjes op de liefde is. Vicky is nuchter en denkt na over alles wat ze onderneemt. Ze is verloofd en kijkt uit naar haar volledig uitgestipelde leven in de armen van steeds diezelfde succesvolle doch soms saaie man. Die man is een nogal zwart-witte figuur die ongeveer in elke Woody Allen-film terugkeert. Het is iemand die zich onderwerpt aan het maatschappelijke mechanisme en steeds doet wat er van hem verwacht wordt. Hij wordt rijker en rijker en koopt meer en meer zekerheid, tot het laatste restje verrassing volledig uit het leven geperst is.
Cristina is -o verrassing- helemaal het tegenovergestelde. Ze leeft van moment tot moment en van relatie tot relatie op zoek naar iets ideaals dat ze niet kan beschrijven. "Ze weet enkel wat ze niet wil", is de mooiste manier waarop het uitgedrukt wordt.
De meisjes ontmoeten Juan Antonio, in het begin een nogal stereotype spaanse player die het blijkbaar voor mekaar heeft. Hij lijkt geschoold te zijn in het leven en is uiteraard een impulsieve kunstenaar. Met voor de hand liggende uitspraken als "het leven is kort, je moet elke kans grijpen" en "je mag niet elke situatie kapotanalyseren tot alle charme eruit geperst is" slaagt hij erin de meisjes te overtuigen een weekend met hem in Oviedo door te brengen. Dat zorgt ervoor dat het verhaal, dat zich reeds in vierde versnelling bevond, nu naar vijfde schakelt.

Maar de figuren blijven natuurlijk niet zo zwart-wit. Iedereen krijgt een diepere dimensie en het einde is helemaal niet zo voorspelbaar en rooskleurig als je na het bovenstaande zou verwachten. Een zotte ex-vrouw die ongeveer in het midden van de film het verhaal ingegooid wordt is deels verantwoordelijk voor die complicaties. Voor de rest is de grootste verantwoordelijke gewoon de realiteit. Juan Antonio is nu eenmaal niet iemand die weet hoe de wereld in elkaar zit en hoe je geluk creëert, de man van Vicky is nu eenmaal niet iemand die het compleet verkeerde pad bewandelt. Het echte leven is nooit zo simpel als de strijd van de rebellen tegen the dark side.
Het is die grijsheid die ervoor zorgt dat we, nog maar eens, geen antwoorden krijgen op de vragen die ons 's nachts, alleen in bed het meest bezig houden, naast "kan ik nog in slaap vallen voor ik écht dringend naar de wc zal moeten?" natuurlijk.