dinsdag 16 februari 2010
The Imaginarium of Dr. Parnassus (**)
Er waren op voorhand reeds verschillende redenen om af te tellen naar deze film. Eén ervan was uiteraard Heath Ledger. De man had duidelijk Kurt Coban’s ‘live fast, die young’-handboek gelezen en zijn dood maakte zijn acteerprestatie in The Dark Knight nog legendarischer dan ze al was. Waar echter alweer geen rekening mee gehouden werd was dat die arme Terry Gilliam midden in de opnames van The Imaginarium of Doctor Parnassus zat, met Ledger in de hoofdrol. Nu, Terry Gilliam zou Terry Gilliam niet zijn als hij geen inventieve oplossing zou bedenken voor dit schijnbaar onoverkomelijk probleem. Hij verving Ledger in de droomsequenties respectievelijk door Johnny Depp, Jude Law en Colin Farrell, misschien wel dé 3 acteurs van het moment en allen vrienden van Ledger. Deze kunstgreep komt overigens alles behalve goedkoop over, je moet zelfs goed kijken voor je door hebt dat je naar de ene fantastische acteur zit te kijken en niet naar de andere. Kortom, dit obstakel werd perfect overwonnen. Jammer voor Ledger is wel dat zijn personage lang niet de diepgang en de complexiteit evenaart van de joker, maar dat is de fout van het scenario. Zoals we eerder reeds gezien hebben, is Gilliam een meester in het creëren van werelden en de kijker – zoals de klanten van het imaginarium – mee te voeren in een heerlijke willing suspension of disbelief. Het doet je tijdens de film zelfs aftellen naar het moment waarop er nog eens iemand door de magische spiegel gaat. Dat is helaas slecht nieuws voor het echte verhaal. De premisse is interessant. Een onsterfelijke man, Doctor Parnassus (Christopher Plummer), laat zich keer op keer verleiden door de duivel (Tom Waits op zijn best) in het sluiten van weddenschappen. Ze houden als het ware een wedstrijd om het meest menselijke zielen verzamelen met als inzet de dochter van Parnassus (Lilly Cole). Een willekeurige ziel loopt door de spiegel en komt terecht in zijn of haar ideale fantasiewereld. In die wereld wordt de ziel vroeg of laat geconfronteerd met een keuze, die neerkomt op of een punt voor Parnassus, of een voor de duivel. Deze premisse doet de hoop rijzen naar een epische eindstrijd waar niets nog is wat het lijkt en waar droom en realiteit volledig vervlochten worden. Helaas komt het einde overal, behalve in de buurt van die verwachtingen. Alle visuele elementen waren aanwezig om ons helemaal verdwaasd en perplex achter te laten, maar het verhaal schoot tekort. Ik geloof niet dat Ledgers dood een goed excuus is voor het zwakke einde. We waren bereid mee te gaan tot de grens van het voorstelbare, maar Gilliam had geen goesting meer. Jammer, want wat nu een entertainende en onderhoudende film is, had een pareltje kunnen worden.
maandag 15 februari 2010
The Road (****)
De voorbije decennia zullen in de geschiedenisboeken terug te vinden zijn als een tijd waarin de mens langzaam bewust werd van zijn invloed op zijn eigen omgeving. De groene beweging is vanuit de obscure marginaliteit gegroeid tot een wereldwijde industrie. De effecten daarvan zijn ook in Hollywood duidelijk merkbaar. We krijgen er tegenwoordig elk half jaar een rampenfilm in gestampt, de volgende steeds iets spectaculairder dan de voorgaande. We hebben intussen niet enkel de WTC-torens, maar alle wereldmonumenten zien neerstorten en ontploffen. De environmentalists en de cgi-experts sloegen de handen in elkaar en ontwikkelden een enorm populair geworden genre.
Toch is het nieuwe er wat af. In de film 2012 verging echt alles wat kon vergaan, er valt nog weinig te overtreffen. Als gevolg zien we opnieuw de langzame groei van een ander genre, de post-apocalyptische film. Dit genre toont ons de wereld nadat de cgi-machine gepasseerd is: stil, donker, grijs, verlaten, statisch.
Eén film uit dit rijtje is de McCarthy-verfilming ‘The Road’ van John Hillcoat. We krijgen te zien hoe een vader (Een schitterende Viggo Mortensen) en zijn zoontje in leven trachten te blijven tussen de puinhopen van de beschaving. Met een minimum aan flashbacks wordt de voorgeschiedenis verteld. De wereld gaat langzaam ten onder, de oorzaak van de apocalyps wordt niet duidelijker dan wat gerommel uit de lucht, en dat hoeft ook niet, dat is niet waar het in deze film om draait. Het kind wordt geboren in deze langzaam degraderende wereld. De mensheid en al haar waarden en normen vergaan, de moeder weigert haar kind te laten opgroeien in zo’n wereld en geeft op. De vader blijft hopen en vertrekt met zijn zoon naar het zuiden.
Dit simpel verhaal wordt echter gebruikt om een hele hoop vragen op te roepen die voordien nooit tot in het uiterste werden doorgedacht. Wat gebeurt er met de moderne mens wanneer alle luxe verdwenen is? Is er nog plaats voor moraliteit en menselijkheid? En zo ja, hoe lang? Hoe groot moet de nood worden voor we in kannibalisme en ander dierlijk gedrag vervallen? Wat zijn al onze moraalfilosofische theorieën en universele verklaringen van de rechten van de mens nog waard in zo’n wereld? De belangrijkste vraag die gesteld wordt is echter, wat leer je je kind? Kan je het opvoeden tot een waardige mens, of moet je het leren hoe een beest te zijn, opdat het meer kans op overleven zou hebben in de post-apocalyptische boomloze jungle? Dit is het centrale dilemma waarmee het hoofdpersonage kampt. Langs de ene kant wil hij zijn zoon hard maken om hem voor te bereiden op een tijd zonder zijn bescherming, maar langs de andere kant is enkel het overleven nutteloos voor wie ooit liefde, vriendschap, schoonheid en muziek gekend heeft. Het moment waarop het duo een piano vindt, brengt de vader even terug naar die zorgeloze tijden, een zeer moeilijke scène die door Mortensen alweer perfect geloofwaardig vertolkt wordt.
Het geheel is een zeer ingetogen en enorm donker verhaal van het laatste beetje liefde dat moeizaam tracht te overleven. Het is een verhaal dat men ook in The Book of Eli probeert te vertellen, maar met desastreuze gevolgen. Misschien is een vechtende black Jesus iets minder effectief in het overbrengen van die boodschap dan een vader en zijn kind op de rand van de afgrond. Dat er in The Road amper naar God en religie wordt verwezen ondersteunt deze stelling. Als hij ooit bestaan heeft is hij er al lang van onder gemuisd. Ondanks alle miserie, plunderen, moorden, kannibalisme slaagt deze film er echter toch in – al is het maar een sprankeltje – hoop te geven.
Toch is het nieuwe er wat af. In de film 2012 verging echt alles wat kon vergaan, er valt nog weinig te overtreffen. Als gevolg zien we opnieuw de langzame groei van een ander genre, de post-apocalyptische film. Dit genre toont ons de wereld nadat de cgi-machine gepasseerd is: stil, donker, grijs, verlaten, statisch.
Eén film uit dit rijtje is de McCarthy-verfilming ‘The Road’ van John Hillcoat. We krijgen te zien hoe een vader (Een schitterende Viggo Mortensen) en zijn zoontje in leven trachten te blijven tussen de puinhopen van de beschaving. Met een minimum aan flashbacks wordt de voorgeschiedenis verteld. De wereld gaat langzaam ten onder, de oorzaak van de apocalyps wordt niet duidelijker dan wat gerommel uit de lucht, en dat hoeft ook niet, dat is niet waar het in deze film om draait. Het kind wordt geboren in deze langzaam degraderende wereld. De mensheid en al haar waarden en normen vergaan, de moeder weigert haar kind te laten opgroeien in zo’n wereld en geeft op. De vader blijft hopen en vertrekt met zijn zoon naar het zuiden.
Dit simpel verhaal wordt echter gebruikt om een hele hoop vragen op te roepen die voordien nooit tot in het uiterste werden doorgedacht. Wat gebeurt er met de moderne mens wanneer alle luxe verdwenen is? Is er nog plaats voor moraliteit en menselijkheid? En zo ja, hoe lang? Hoe groot moet de nood worden voor we in kannibalisme en ander dierlijk gedrag vervallen? Wat zijn al onze moraalfilosofische theorieën en universele verklaringen van de rechten van de mens nog waard in zo’n wereld? De belangrijkste vraag die gesteld wordt is echter, wat leer je je kind? Kan je het opvoeden tot een waardige mens, of moet je het leren hoe een beest te zijn, opdat het meer kans op overleven zou hebben in de post-apocalyptische boomloze jungle? Dit is het centrale dilemma waarmee het hoofdpersonage kampt. Langs de ene kant wil hij zijn zoon hard maken om hem voor te bereiden op een tijd zonder zijn bescherming, maar langs de andere kant is enkel het overleven nutteloos voor wie ooit liefde, vriendschap, schoonheid en muziek gekend heeft. Het moment waarop het duo een piano vindt, brengt de vader even terug naar die zorgeloze tijden, een zeer moeilijke scène die door Mortensen alweer perfect geloofwaardig vertolkt wordt.
Het geheel is een zeer ingetogen en enorm donker verhaal van het laatste beetje liefde dat moeizaam tracht te overleven. Het is een verhaal dat men ook in The Book of Eli probeert te vertellen, maar met desastreuze gevolgen. Misschien is een vechtende black Jesus iets minder effectief in het overbrengen van die boodschap dan een vader en zijn kind op de rand van de afgrond. Dat er in The Road amper naar God en religie wordt verwezen ondersteunt deze stelling. Als hij ooit bestaan heeft is hij er al lang van onder gemuisd. Ondanks alle miserie, plunderen, moorden, kannibalisme slaagt deze film er echter toch in – al is het maar een sprankeltje – hoop te geven.
donderdag 11 februari 2010
Here's looking at you, kid.
Gisteren bezocht ik een lezing in de reeks 'anatomie van de film'. De les ging over kostumering en dan vooral over de rol van vrouw en hoe ze gerepresenteerd wordt in de film noir. Na een gezonde dosis feministische filosofie - meer dan een doordeweekse woensdagavond kan verdragen - stond er echter een film op het programma, Double Indemnity, een protoypische film noir van Billy Wilder uit 1944. Het was de tweede keer op korte tijd dat ik deze film bekeek en ik moet zeggen dat ik nu nog meer overtuigd ben van de genialiteit van deze prent. Verlangen we niet allemaal naar een tijd waarin we vrouwen 'sweetheart' kunnen noemen en met een simpele 'get a beer, will ya' op onze wenken bediend kunnen worden. De rest van de dag spenderen we gewoon aan witty comebacks bedenken op alle mogelijke vragen, aan het dragen van veel te hoog opgetrokken broeken en aan sigaretten roken, de volgende uiteraard aanstekend met de voorgaande. Het geeft me altijd dat gevoel dat Woody Allen zo mooi beschrijft in Play it again, Sam. We willen allemaal Humphrey Bogart zijn.
"Nee, baby, bij mij blijven is gevaarlijk, ik ben een scumbag, ik weet dat je gevoel het tegenovergestelde wil maar ik kan me niet veroorloven te voelen, dat is voor priesters en astrologen. Ik ben een man van de harde feiten en de harde feiten dicteren dat je bij Julien hoort, hij is degene met toekomst en geluk in zijn achterzak. In mijn achterzak zal je enkel gin en sigaretten vinden."
Jammer dat alles zo bekakt klinkt in het Nederlands. En ook jammer dat ik me duizend keer meer identificeer met Allan uit Play it again, Sam dan met Rick uit Casablanca. Maar de realiteit is dat we allemaal losers zijn op zoek naar dat ene glansrijke Bogart-moment, en dan maar hopen dat we het niet verpesten door een luide scheet te laten.
"Nee, baby, bij mij blijven is gevaarlijk, ik ben een scumbag, ik weet dat je gevoel het tegenovergestelde wil maar ik kan me niet veroorloven te voelen, dat is voor priesters en astrologen. Ik ben een man van de harde feiten en de harde feiten dicteren dat je bij Julien hoort, hij is degene met toekomst en geluk in zijn achterzak. In mijn achterzak zal je enkel gin en sigaretten vinden."
Jammer dat alles zo bekakt klinkt in het Nederlands. En ook jammer dat ik me duizend keer meer identificeer met Allan uit Play it again, Sam dan met Rick uit Casablanca. Maar de realiteit is dat we allemaal losers zijn op zoek naar dat ene glansrijke Bogart-moment, en dan maar hopen dat we het niet verpesten door een luide scheet te laten.
zaterdag 7 november 2009
(500) Days of Summer
Ik moet eerlijk zeggen, ik verwacht niet meer onder de indruk te zijn van romantische komedies. Ik geloof ondertussen dat ik het hele spectrum van mogelijke liefdesgeschiedenissen wel ken. In dit geval: man die schijnbaar vrede genomen heeft met de grijsheid van het bestaan ontmoet impulsieve, mooie, prettig gestoorde vrouw die zijn leven verandert. Hier zijn de rollen die het cliché voorschrijft wel deels omgedraaid.
Onze man, Tom Hansen (Joseph Gordon-Levitt), is degene die nooit gestopt is in ware liefde te geloven. Het is een geloof dat vorm kreeg via films als The Graduate en via Beatlesliedjes, want die durfden af en toe wel eens over de liefde gaan. Hij werkt dan ook voor een bedrijf dat greeting cards bedenkt. Mevrouw, Summer Finn (Zooey Deschanel), heeft een meer pragmatische kijk op zaak en weigert gevoelens en menselijke relaties in hokjes te steken. Er is enkel de 'ik' van het nu, die niets afweet van de gevoelens van die andere persoon die morgenvroeg wakker wordt.
Tot hier toe volgt alles de wetten van de romantische komedie. Maar hier is meer aan de hand. Een hele hoop slimme observaties, gecombineerd met een subtiel gevoel voor humor dat verstandig (en niet te veel) gebruikt wordt liet deze prent mijn stoutste verwachtingen overstijgen.
De scène waarin onze held gelukkig over straat paradeert en danst na zijn eerste nacht met Summer lijkt eerst met de grens tussen het realistische en het belachelijke te flirten, maar overschreidt die grens vervolgens zo ver, dat het een hilarisch resultaat oplevert.
Dan is er de scène waarin duidelijk is dat zij uit elkaar wil gaan, terwijl hij wanhopig de overduidelijke signalen negeert om haar toch maar niet te moeten verliezen. Deze en enkele andere scènes betreden nog niet helemaal platgetrede paden, ze staan dichter bij de realiteit dan de gemiddelde scène uit een gemiddelde romantische komedie. Dat laatste punt is dan ook de moraal van de hele film. Greeting cards zijn de woorden van een ander om uit te drukken wat je voelt, films tonen onze fantasieën over relaties, niet hoe de realiteit in elkaar zit en Beatlesliedjes verkleuteren alles wat met liefde te maken heeft.
Naast het inhoudelijke is de film ook visueel erg sterk. Er wordt gespeeld met allerlei technieken die het verhaal heel goed ondersteunen. Zo is er een perfect uitgevoerde split-screen, er wordt ook van animatie gebruik gemaakt en elke scène wordt voorafgegaan door een teller die van 0 tot 500 gaat en die de kijker helpt zich te oriënteren in de tijd. Dat laatste is erg handig aangezien er vreemde sprongen gemaakt worden. Toch blijft alles overzichtelijk en interessant tot het einde.
De laatste scène vond ik persoonlijk paradoxaal. In de film wordt een speech afgestoken tegen de oversimplificatie van liefde in films en tegen het gegarandeerde happy end. Deze film komt niet in het lijstje terecht van films die hij zelf bekritiseert, maar het scheelt toch niet veel en dat hoefde voor mij niet. Verder is (500) days of summer een must voor iedereen die graag eens verliefd wordt.
Onze man, Tom Hansen (Joseph Gordon-Levitt), is degene die nooit gestopt is in ware liefde te geloven. Het is een geloof dat vorm kreeg via films als The Graduate en via Beatlesliedjes, want die durfden af en toe wel eens over de liefde gaan. Hij werkt dan ook voor een bedrijf dat greeting cards bedenkt. Mevrouw, Summer Finn (Zooey Deschanel), heeft een meer pragmatische kijk op zaak en weigert gevoelens en menselijke relaties in hokjes te steken. Er is enkel de 'ik' van het nu, die niets afweet van de gevoelens van die andere persoon die morgenvroeg wakker wordt.
Tot hier toe volgt alles de wetten van de romantische komedie. Maar hier is meer aan de hand. Een hele hoop slimme observaties, gecombineerd met een subtiel gevoel voor humor dat verstandig (en niet te veel) gebruikt wordt liet deze prent mijn stoutste verwachtingen overstijgen.
De scène waarin onze held gelukkig over straat paradeert en danst na zijn eerste nacht met Summer lijkt eerst met de grens tussen het realistische en het belachelijke te flirten, maar overschreidt die grens vervolgens zo ver, dat het een hilarisch resultaat oplevert.
Dan is er de scène waarin duidelijk is dat zij uit elkaar wil gaan, terwijl hij wanhopig de overduidelijke signalen negeert om haar toch maar niet te moeten verliezen. Deze en enkele andere scènes betreden nog niet helemaal platgetrede paden, ze staan dichter bij de realiteit dan de gemiddelde scène uit een gemiddelde romantische komedie. Dat laatste punt is dan ook de moraal van de hele film. Greeting cards zijn de woorden van een ander om uit te drukken wat je voelt, films tonen onze fantasieën over relaties, niet hoe de realiteit in elkaar zit en Beatlesliedjes verkleuteren alles wat met liefde te maken heeft.
Naast het inhoudelijke is de film ook visueel erg sterk. Er wordt gespeeld met allerlei technieken die het verhaal heel goed ondersteunen. Zo is er een perfect uitgevoerde split-screen, er wordt ook van animatie gebruik gemaakt en elke scène wordt voorafgegaan door een teller die van 0 tot 500 gaat en die de kijker helpt zich te oriënteren in de tijd. Dat laatste is erg handig aangezien er vreemde sprongen gemaakt worden. Toch blijft alles overzichtelijk en interessant tot het einde.
De laatste scène vond ik persoonlijk paradoxaal. In de film wordt een speech afgestoken tegen de oversimplificatie van liefde in films en tegen het gegarandeerde happy end. Deze film komt niet in het lijstje terecht van films die hij zelf bekritiseert, maar het scheelt toch niet veel en dat hoefde voor mij niet. Verder is (500) days of summer een must voor iedereen die graag eens verliefd wordt.
zaterdag 10 oktober 2009
Over de zaligheid der helaasheid der dingen
De Helaasheid der Dingen is één van de films die al in geschiedenisboeken terecht was gekomen voordat het grote publiek er ook maar iets van gezien had. Hij wordt nu reeds de hemel in geprezen en wordt bovendien onze inzending van de oscars, in de plaats van de meest populaire Vlaamse film aller tijden, Loft.
Het zou natuurlijk leuk zijn voor filmrecencenten om zo'n film, tegen alle verwachtingen in neer te schieten. Een val is des te pijnlijker van op de hoogste verdieping.
Helaas! De hoogste verdieping is nog te laag voor dit meesterwerk. Het verhaal kennen we allemaal, aangezien we allen het boek gelezen hebben. Gunther Strobbe groeit op in het dorp Reetveerdegem, alwaar zijn beïnvloedbare jonge geest over en weer wordt geslingerd tussen zijn drinkende, dansende, roepende, kakkende en neukende nonkels aan de ene kant, en zijn de school als deur naar een grotere wereld aan de andere kant.
De decadentie die door Dimitri Verhulst prachtig werd beschreven is schijnbaar moeiteloos vertaald naar het witte doek. Voor de befaamde Vlaamse kleinburgerlijkheid hoeft dus al niet gevreesd te worden. Voor ieder wat wils: piemels, tetten, kots, huiselijk geweld en seks voor wie van beelden houdt. Voor wie het meer op audiovlak zoekt zijn er scheetgeluiden en zinnen als: "laat mij kakken" en "mijn pruim is nat".
Het zien van deze film, in combinatie met een les dramaliteratuur later die dag, brachten me tot enkele overpeinzingen. Toen het postmodernisme half jaren 70 ontstond als reactie op het ongebrijdelde optimisme van de moderniteit, werden aan de 'hogere kunst' ook 'volksere elementen' toegevoegd. Er was immers geen basis meer waarop men kon steunen om te beweren dat de levensstijl van de rijken de beste was. De persvertoning die ik bijwoonde leek me het summum van deze evolutie. Een zaal vol high society: journalisten, studenten en prominenten die buldert van het lachen wanneer er iemand een scheet laat. Tegelijk wordt waarschijnlijk wel vergeten hoe autobiografisch dit verhaal is. Maar ja, Dimitri Verhulst hoort ondertussen zelf bij ons elitaire clubje en kan duchtig meelachen met die bende marginalen. Haha prot.
Misschien wordt tijdens het lachen wel vergeten hoe mooi de dubbelzinnigheid van Gunther's bestaan in beeld wordt gebracht. Geen Darth Vader in dit verhaal, enkel een man die het beste voor heeft met zijn zoon, maar nog niet voor zichzelf kan zorgen. Een verhaal van mensen die gezellig in een heel kleine wereld wonen, maar een hel voor wie de grenzen van die wereld wil overschrijden.
Het zou natuurlijk leuk zijn voor filmrecencenten om zo'n film, tegen alle verwachtingen in neer te schieten. Een val is des te pijnlijker van op de hoogste verdieping.
Helaas! De hoogste verdieping is nog te laag voor dit meesterwerk. Het verhaal kennen we allemaal, aangezien we allen het boek gelezen hebben. Gunther Strobbe groeit op in het dorp Reetveerdegem, alwaar zijn beïnvloedbare jonge geest over en weer wordt geslingerd tussen zijn drinkende, dansende, roepende, kakkende en neukende nonkels aan de ene kant, en zijn de school als deur naar een grotere wereld aan de andere kant.
De decadentie die door Dimitri Verhulst prachtig werd beschreven is schijnbaar moeiteloos vertaald naar het witte doek. Voor de befaamde Vlaamse kleinburgerlijkheid hoeft dus al niet gevreesd te worden. Voor ieder wat wils: piemels, tetten, kots, huiselijk geweld en seks voor wie van beelden houdt. Voor wie het meer op audiovlak zoekt zijn er scheetgeluiden en zinnen als: "laat mij kakken" en "mijn pruim is nat".
Het zien van deze film, in combinatie met een les dramaliteratuur later die dag, brachten me tot enkele overpeinzingen. Toen het postmodernisme half jaren 70 ontstond als reactie op het ongebrijdelde optimisme van de moderniteit, werden aan de 'hogere kunst' ook 'volksere elementen' toegevoegd. Er was immers geen basis meer waarop men kon steunen om te beweren dat de levensstijl van de rijken de beste was. De persvertoning die ik bijwoonde leek me het summum van deze evolutie. Een zaal vol high society: journalisten, studenten en prominenten die buldert van het lachen wanneer er iemand een scheet laat. Tegelijk wordt waarschijnlijk wel vergeten hoe autobiografisch dit verhaal is. Maar ja, Dimitri Verhulst hoort ondertussen zelf bij ons elitaire clubje en kan duchtig meelachen met die bende marginalen. Haha prot.
Misschien wordt tijdens het lachen wel vergeten hoe mooi de dubbelzinnigheid van Gunther's bestaan in beeld wordt gebracht. Geen Darth Vader in dit verhaal, enkel een man die het beste voor heeft met zijn zoon, maar nog niet voor zichzelf kan zorgen. Een verhaal van mensen die gezellig in een heel kleine wereld wonen, maar een hel voor wie de grenzen van die wereld wil overschrijden.
zondag 17 mei 2009
Trek het je niet aan
In de 17de eeuw werkte Newton zijn gravitatiewet uit. Simpel uitgedrukt houdt deze wet in dat alle objecten in het universum een kracht op elkaar uitoefenen. Deze kracht hangt af van de massa van deze twee objecten en van de afstand die hen van elkaar scheidt. Zoals we allen geleerd hebben op de schoolbanken, bevat het universum heel erg veel objecten: planeten, sterren, bergen, schoolbanken, mensen, koffiezetapparaten, zeewieren en teenkazen. Dit lijstje kan ongetwijfeld aangevuld worden met andere voorbeelden – ik denk aan grindstenen, portoglazen en vensterbanken – maar ik wil jullie niet te lang lastigvallen met de technische kant van de zaak.
De gravitatiewet kon verklaren waarom de aarde rond de zon blijft draaien, waarom Australiërs niet in de lucht vallen, waarom de zeeën eb en vloed kennen en vooral waarom dikke mensen minder hoog kunnen springen. In een theoretische ruimte met slechts twee objecten is het makkelijk de krachten te berekenen, namelijk de universele gravitatieconstante maal massa1 maal massa2 gedeeld door het kwadraat van de afstand tussen de twee. Zo kan je voorspellen hoe een tweesterrensysteem zich zal gedragen als je over deze gegevens beschikt. Problemen ontstaan echter wanneer we een derde ster toevoegen. Een drie- of meersterrenstelsel is wat wij een chaotisch systeem noemen. We kunnen niet voorspellen hoe de verschillende objecten elkaar zullen beïnvloeden. Dat zegt niets over de wereld, maar enkel iets over onze tekortkomingen. Wij mensen zijn te klein en onze newtoniaanse wetenschap te beperkt om zo’n systeem – dat nochtans helemaal deterministisch in elkaar zit – te beschrijven. Sommige processen zijn gewoon te complex. Het weer is nog zo’n voorbeeld. We hebben allemaal al eens gehoord dat het geflap van een vlinder een orkaan kan veroorzaken aan de andere kant van de wereld. Sindsdien ben ik trouwens vlinders beginnen vermoorden.
Ik zie echter nog een andere analogie, met een psychologisch fenomeen: mensen met irritant sterke persoonlijkheden die een mening hebben over alles, laten we ze voor het gemak Roemenen noemen. Plaats drie of meer Roemenen in eenzelfde omgeving en je krijgt met een chaotisch systeem te maken: een drieroemenenstelsel. Een klein verschil in initiële omstandigheden kan ervoor zorgen dat roemeen1 een aliantie sluit met roemeen3 tegen roemeen2 omdat die laatste tegen roemeen4 gezegd heeft dat roemeen3 te veel roddelt. Roemenen trekken elkaar aan en stoten elkaar af onder invloed van andere roemenen. Gemeenschappelijke vijanden leiden tot alianties, allianties worden onvermijdelijk gebroken om aanleiding te geven tot nieuwe allianties, gesteund op gedeelde haat. Het leidt tot een enorm complex, chaotisch en vooral irritant systeem van door elkaar bewegende mensen die het ene moment hypocriet vriendelijk zijn tegen elkaar en het volgende moment handelen alsof de ander niet bestaat. Kutroemenen!
Ik betwijfel echter, mijn beste Isaac Newton (ik richt me nu even specifiek tot jou), dat we de wetenschap naar nieuwe ongekende hoogtes zullen voeren door de massa’s van een hoop roemenen te gaan berekenen. Ik denk – en meneer Einstein heeft me daar al openlijk in beaamd – dat jouw universele gravitatiewet iets té simpel is. Maar laat dat geen reden zijn om op te geven. Zo lang je je best doet, kan je niets verweten worden. Om het met een gravitatiemopje te zeggen: trek het je niet aan!
De gravitatiewet kon verklaren waarom de aarde rond de zon blijft draaien, waarom Australiërs niet in de lucht vallen, waarom de zeeën eb en vloed kennen en vooral waarom dikke mensen minder hoog kunnen springen. In een theoretische ruimte met slechts twee objecten is het makkelijk de krachten te berekenen, namelijk de universele gravitatieconstante maal massa1 maal massa2 gedeeld door het kwadraat van de afstand tussen de twee. Zo kan je voorspellen hoe een tweesterrensysteem zich zal gedragen als je over deze gegevens beschikt. Problemen ontstaan echter wanneer we een derde ster toevoegen. Een drie- of meersterrenstelsel is wat wij een chaotisch systeem noemen. We kunnen niet voorspellen hoe de verschillende objecten elkaar zullen beïnvloeden. Dat zegt niets over de wereld, maar enkel iets over onze tekortkomingen. Wij mensen zijn te klein en onze newtoniaanse wetenschap te beperkt om zo’n systeem – dat nochtans helemaal deterministisch in elkaar zit – te beschrijven. Sommige processen zijn gewoon te complex. Het weer is nog zo’n voorbeeld. We hebben allemaal al eens gehoord dat het geflap van een vlinder een orkaan kan veroorzaken aan de andere kant van de wereld. Sindsdien ben ik trouwens vlinders beginnen vermoorden.
Ik zie echter nog een andere analogie, met een psychologisch fenomeen: mensen met irritant sterke persoonlijkheden die een mening hebben over alles, laten we ze voor het gemak Roemenen noemen. Plaats drie of meer Roemenen in eenzelfde omgeving en je krijgt met een chaotisch systeem te maken: een drieroemenenstelsel. Een klein verschil in initiële omstandigheden kan ervoor zorgen dat roemeen1 een aliantie sluit met roemeen3 tegen roemeen2 omdat die laatste tegen roemeen4 gezegd heeft dat roemeen3 te veel roddelt. Roemenen trekken elkaar aan en stoten elkaar af onder invloed van andere roemenen. Gemeenschappelijke vijanden leiden tot alianties, allianties worden onvermijdelijk gebroken om aanleiding te geven tot nieuwe allianties, gesteund op gedeelde haat. Het leidt tot een enorm complex, chaotisch en vooral irritant systeem van door elkaar bewegende mensen die het ene moment hypocriet vriendelijk zijn tegen elkaar en het volgende moment handelen alsof de ander niet bestaat. Kutroemenen!
Ik betwijfel echter, mijn beste Isaac Newton (ik richt me nu even specifiek tot jou), dat we de wetenschap naar nieuwe ongekende hoogtes zullen voeren door de massa’s van een hoop roemenen te gaan berekenen. Ik denk – en meneer Einstein heeft me daar al openlijk in beaamd – dat jouw universele gravitatiewet iets té simpel is. Maar laat dat geen reden zijn om op te geven. Zo lang je je best doet, kan je niets verweten worden. Om het met een gravitatiemopje te zeggen: trek het je niet aan!
zondag 10 mei 2009
Losse gedachten
Wat als scheten een grotere cohesiekracht hadden? Dan zouden we op straat lopen en plots de scheet ruiken die een voorbijganger de dag ervoor had gelaten. We zouden mechanismen evolueren om scheten te linken aan gezichten en we zouden de geur aangenaam leren vinden. Wat als scheten een grotere cohesiekracht hadden?
***
Facebook is een uitvinding van de chinezen om ervoor te zorgen dat niemand in het Westen nog werkt. Dat veroorzaakt een economische crisis en zal uiteindelijk leiden tot Chinese wereldhegemonie.
***
Wat betreft academisch taalgebruik dient een kanttekening gemaakt te worden. Hoewel de lengte van de zin niet ten koste dient te gaan van de inhoud, is het sporadisch voorkomen van een bijzin een conditio sine qua non posso scribere in thesis nos habere servus. Zo kan een gedachtestreepje – dat door moderne technologieën automatisch langer wordt na het ingeven van de spatie – hulp bieden om organisatie te introduceren in die veelheid aan woorden, die bovendien een hoge mate van complexiteit bevatten. Een academische paper dient dan ook aan deze voorwaarden te voldoen, motje.
***
Er vindt een proces van co-evolutie plaats tussen de snelheid van de vlieg en onze oog-hand-vliegenmepper-coördinatie. De vlieg die niet snel genoeg is sterft, waardoor de snelle overleven en snelle nakomelingen maken. De mens die de vlieg die iedereen irriteert niet kan doodslaan verliest zijn status en vermindert zijn kansen op voortplanting, waardoor ook de genen van de trage vliegenmoordenaar verloren gaan in de evolutionaire afvalput. Zowel vliegen als mensen worden dus sneller. Hoera!
***
Is ons heelal een minideeltje van een minideeltje dat een secondelang aanwezig is op een haartje van de vacht van een lama in ander, veel groter heelal dat op zijn beurt deel uitmaakt van een nog groter geheel? Of is het eerder een kameel?
***
Ik zou graag 1000 jaar worden en iedereen die daarop antwoordt "pff, ik zou mij wel beginnen vervelen ze" is duidelijk nog nooit naar Disneyland geweest.
***
Random filosofische bespiegeling met onverwachte humoristische wending op het einde.
***
Facebook is een uitvinding van de chinezen om ervoor te zorgen dat niemand in het Westen nog werkt. Dat veroorzaakt een economische crisis en zal uiteindelijk leiden tot Chinese wereldhegemonie.
***
Wat betreft academisch taalgebruik dient een kanttekening gemaakt te worden. Hoewel de lengte van de zin niet ten koste dient te gaan van de inhoud, is het sporadisch voorkomen van een bijzin een conditio sine qua non posso scribere in thesis nos habere servus. Zo kan een gedachtestreepje – dat door moderne technologieën automatisch langer wordt na het ingeven van de spatie – hulp bieden om organisatie te introduceren in die veelheid aan woorden, die bovendien een hoge mate van complexiteit bevatten. Een academische paper dient dan ook aan deze voorwaarden te voldoen, motje.
***
Er vindt een proces van co-evolutie plaats tussen de snelheid van de vlieg en onze oog-hand-vliegenmepper-coördinatie. De vlieg die niet snel genoeg is sterft, waardoor de snelle overleven en snelle nakomelingen maken. De mens die de vlieg die iedereen irriteert niet kan doodslaan verliest zijn status en vermindert zijn kansen op voortplanting, waardoor ook de genen van de trage vliegenmoordenaar verloren gaan in de evolutionaire afvalput. Zowel vliegen als mensen worden dus sneller. Hoera!
***
Is ons heelal een minideeltje van een minideeltje dat een secondelang aanwezig is op een haartje van de vacht van een lama in ander, veel groter heelal dat op zijn beurt deel uitmaakt van een nog groter geheel? Of is het eerder een kameel?
***
Ik zou graag 1000 jaar worden en iedereen die daarop antwoordt "pff, ik zou mij wel beginnen vervelen ze" is duidelijk nog nooit naar Disneyland geweest.
***
Random filosofische bespiegeling met onverwachte humoristische wending op het einde.
Abonneren op:
Posts (Atom)