maandag 24 maart 2008

Slecht nieuws

Aaaaaaaaaaaaaa Ipod kapot.
Voor het eerst in mijn leven had ik tastbaar geluk gevonden. Tastbaar in die zin dat je weet wanneer je het bezit. Ik vond het eerder moeilijk om dingen als vriendschap, liefde of artistieke erkenning in mijn broekzak te steken. Die Ipod ging niet alleen moeiteloos in mijn zak, er bleef zelfs nog genoeg plaats over voor mijn sleutels. En ja, Freddy bracht geluk. Freddy is de naam van de Ipod, die had ik uitgevonden in de hoop dat het apparaat zich geapprecieerd zou voelen en bijgevolg zou blijven werken. Maar het mocht niet zijn.
Uiterlijk lijkt er niets aan de hand. Ik zie nog steeds good old Freddy, die op moeilijke momenten perfect wist welk liedje te kiezen om me beter te doen voelen. Op zomerdagen die uitpuilden van verwachtingen verraste hij me keer op keer met 'Summer's here' van Magnus of 'I like birds' van Eels. In rustige nachten begeleidde hij mij met Stan Getz en Norah Jones huiswaarts. Bij tegenwind gaf hij me moed met ska-p en Freddy wist maar al te goed dat ik 'Martha' van Tom Waits heerlijk vond op melancholische momenten. Enfin, ik geef toe dat er in bepaalde mate intelligent design van playlists bij kwam kijken, waarbij ik mijn eigen humeur inschatte en Freddy gebruikte om dat humeur in de juiste muziek te vertalen. Misschien heb ik meer aan mezelf te danken dan ik dacht. Maar nu hij er niet meer is en ik zonder hem probeer te vertalen apprecieer ik pas echt de rol die hij 3 jaar lang gespeeld heeft. De solo van 'don't look back in anger' klinkt niet hetzelfde uit mijn eigen mond. Ik geef zelfs ridderlijk toe dat Koen Wauters 'Domino' duizend maal beter zingt dan ik ooit zal doen. En via Freddy kon ik dan ook naar Koen Wauters luisteren zonder het gehele gewicht van die man op mijn fiets mee te sleuren. Nu moet ik die bagagedrager één keer in de week repareren, ik krijg er platte banden van. Dat is voor niemand leuk, en zeker niet voor Koen.

donderdag 24 januari 2008

Afscheidsfeest aan de andere kant

Ik zit nu al een week tegen iedereen te zeggen dat we vanavond op Piazza Santo Stefano het feest van eeuw vieren, in de hoop dat dat een self fulfilling prophecy wordt. De eerste Erasmus studenten vertrekken en het einde is meer dan nabij. Het feest moet dus een soort culminatiepunt worden dat deze hele periode perfect samenvat. De avond die bij gebrek aan opslagcapaciteit als enige herinnering aan deze 5 maanden kan overblijven, overgeromanticeerd natuurlijk: in de herinnering is er 100 liter sangria en zijn er evenveel mensen. Het weer is prachtig - een zomernacht in januari - en de stad is nog nooit zo gezellig geweest. En we zingen en we lachen en we dansen allemaal tot de zon opkomt en onze vliegtuigen vertrekken.
De realiteit zal zijn dat het transporteren van (slechts) 65 liter sangria van de ene naar de andere kant van de stad niet al te gemakkelijk zal zijn. Voor mijn 5de glas zal ik koud hebben en zal ik nog smaken dat de sangria gemaakt is van 50cent/liter wijn. Er zullen om 9u maar een tiental mensen zijn die elkaar niet zo goed kennen, wat tot enkele pijnlijke stiltes zal leiden, en tot gesprekken over sangria, talen en examens.

Maar dat doet er niet toe! Want dat zijn alledaagse dingen die zelfs niet herinnerd worden als we dat zouden willen. Eens we vertrokken zijn begint zich in onze hersenen al langzaam een verhaal te vormen dat we later kunnen vertellen aan wie er niet was, natuurlijk een minderheid van de wereldbevolking. Ik vertel het ooit wel eens aan mijn kleinkinderen, dat opa in die nacht het gevoel had het centrum van de wereld te zijn en het eindpunt van de geschiedenis. Enfin, laat ons hopen hé.

zaterdag 12 januari 2008

Writer's Block (ik dacht vroeger altijd dat dat een notitieboekje was)

Een van de vaakst gebruikte medicijnen tegen een writer's block is het creëren van iets dat over die writer's block zelf gaat. Dat is het mooie eraan. De frustratie die gepaard gaat met het niet kunnen schrijven kan je kwijt in een metatekst. Dat is al miljarden keren gedaan. Woody Allen doet het in Deconstructing Harry, een goede film die ik gisteren gezien heb over een schrijver die moet kiezen tussen de echte wereld en die van zijn fantasie, goed zijn in schrijven of goed zijn in leven. Mottige keuze wel. Ricky Gervais, onze held, doet het in Extras, een tv-show over het maken van een tv-show.
In Curb your enthusiasm praten Larry David en Jason Alexander (George Castanza uit Seinfeld) over de frustratie van de laatste. Hij geraakt aan geen enkele deftige rol omdat hij steeds weer met diezelfde figuur geassocieerd wordt (een beetje het Chandler-probleem). Hierop komen ze op het idee om een show te maken die juist over die frustratie gaat. Het verhaal van een acteur die verder wil met zijn carrière maar dat niet kan omdat iedereen "Hey George, say something funny!" blijft roepen op straat.
En Curb Your Enthusiasm is dan ook nog eens zélf fictie.

Fantastisch eigenlijk dat er altijd die nooduitgang is. Vind je niets meer op deze verdieping, klim dan gewoon een verdieping hoger en kijk door de glazen vloer naar de plaats waar je vandaan komt. Je kan natuurlijk ook overdrijven. Deze tekst zelf ligt al ergens op de 5de metaverdieping. En de vorige zin ligt nog een verdieping hoger en deze nog één. Enzovoort. En op de duur schrijf je een tekst over het feit dat je een tekst aan het schrijven bent over iemand die teksten wil schrijven maar dat niet kan en dus een metaniveau begint waarin hij schrijft over iemand die schrijft. En die laatste heet Wilfried.

Ik zou eerlijk gezegd wel wat normale ideeën willen hebben. Het verhaal van een jonge schrijver met een writer's block die het nachtleven induikt en een meisje ontmoet dat hem doet beseffen hoe kort maar mooi het leven is waardoor hij weer aan het werk kan, is niet bijster origineel. (Meta: In de vorige zin was het onderwerp iets te lang, waardoor het geheel misschien moeilijk te lezen was. De hoofdzin is: 'Het verhaal is niet bijster interessant', de rest is een bijstelling bij het woord 'verhaal').
Hetzelfde geldt voor het verhaal van de kunstenaar die in zijn eigen fantasiewereld duikt en op die manier uiteindelijk bewust wordt van hoe de wereld in elkaar zit, waarna hij een goede man/vader/vriend wordt. Ik denk dat het tijd wordt dat we weer verhalen over konijntjes beginnen schrijven. Een konijntje dat huppelt in het veld, helemaal vrij van existentiële vraagstukken en eeuwig knagende creatieve onzekerheid. Het huppelt en ziet een wortel. "Hé een wortel, lekker!", is de eenvoudige, doch meest logische gedachte die bij het diertje opkomt. Vervolgens volgt een lang maar hartverwarmend verhaal over de vriendschap tussen een konijn en een wortel. Een vriendschap die misschien niet meteen aanvaard wordt door de sociale omgeving van beide wezens. Maar op het einde krijgt ook het norse vaderkonijn een bredere visie op de wereld waardoor alles en iedereen gelukkig is terwijl we faden naar zwart. (De daarop volgende hongersnood is voer voor een ander, iets kritischer verhaal).

Ik beloof dat ik uit deze tekst zal leren wat betreft de volgende post …

Meta: Hier moet een sterke afsluitende zin staan die misschien kort verwijst naar een vorig deel van de tekst waardoor alles één geheel wordt. Vervolgens kan je met een glimlach besluiten dat je het zo slecht nog niet vond (Voorbeelden daarvan in de teksten: "Verona", "Koffie es druhs!!!" en "You 'avin' a laf?")

zondag 30 december 2007

You 'avin' a laf?

Gisteren was er op den internet de christmasspecial van Extras te zien. Ik wil toch even niets dan lof daarover uiten. Een uur en twintig minuten kijkplezier waarin hilariteit, ontroering en plaatsvervangende schaamte elkaar voortdurend afwisselen. Maar vooral het vraagstuk over de keuze tussen artistieke integriteit en geld/roem sprak mij aan. Op het einde van de aflevering steekt Ricky Gervais, via Andy Millman, een speech af die even toch de hele moderne media te kakken zet. Zij gehoorzaamt blind aan wat de massa wil en gooit daarmee zichzelf samen met een menigte mislukte roemgeile has-beens in de beerput van het entertainment. En die beerput wordt steeds groter, zodat steeds minder mensen eraan ontsnappen.
Opmerkelijk ook hoe Extras gaat over een figuur die Ricky Gervais zelf nooit wou worden. Andy Millman is net die kunstenaar die zijn ziel verkoopt voor roem. De mensen willen pruiken en catchphrases en dat krijgen ze ook. Terwijl Ricky Gervais zelf wel al 7 jaar aan een stuk zijn goesting doet, met roem en geld als neveneffecten. De moraal van het verhaal is net dat je voor de artistieke integriteit moet kiezen, voor wat je zelf wil doen, en niet voor wat je populair zal maken (makkelijk natuurlijk voor iemand die die keuze niet hoeft te maken). En dan maar hopen dat wat jij wil doen overeen komt met wat de mensen willen zien.

Dat alles past binnen de ruimere discussie over de definitie van kunst. Is iets wel kunst als het door niemand geapprecieerd wordt? Of is het zo dat de mening van de massa zo ver mogelijk verwijderd moet blijven van een definitie van wat kunst is. Is een film als Spiderman meer waard dan de films van Woody Allen omdat er meer mensen naar kijken? Of ligt de waarheid (er nu even vanuit gaande dat die bestaat) in het midden en is het ware kunstwerk een intelligent iets dat ook nog eens populair is?
Op welke 'objectieve' waarheid kan ik steunen als ik beweer dat die 'intelligente' film 'beter' is dan die 'domme' film (inderdaad 4 woorden tussen aanhalingstekens).
Hieraan valt onmogelijk te ontsnappen. Ik blijf vastzitten in mijn eigen definitie van kunst en zal nooit het recht hebben mensen te dwingen naar dat of dat te kijken of dit boek te lezen omdat het je bewust maakt van de absurditeit van de wereld. Daar zijn de meeste mensen ook helemaal niet naar op zoek wanneer ze op zaterdagavond naar kinepolis gaan.
De waarheid is dus slechts mijn waarheid, maar dat is geen reden om in extreem relativisme te vervallen. Ik mag er, steunend op mijn mening, toch alles aan proberen doen om die beerput kleiner te maken. En het is net dat wat Ricky Gervais met die christmasspecial probeert te doen (naast geld en roem verdienen natuurlijk).
En dat brengt mij nog maar eens bij het onderwerp van deze blog. Schrijf ik dit omdat ik erkenning wil, of omdat ik die mening kwijt wil en ergens buiten mezelf wil opslaan, zodat ik ze zelf beter begrijp? Probeer ik dingen te schrijven die ik grappig vind, of net dingen die anderen grappig zullen vinden? Staat de tekst centraal of de erkenning die ik ervoor zou kunnen krijgen?
Zoals steeds, leve het midden! Ik blijf hopen dat wat ik boeiend, grappig en interessant vind ook voor andere mensen boeiend, grappig en interessant is. Liefst in dezelfde volgorde. Ik hoop dat ik de keuze nooit zal moeten maken.

En in tussentijd kan ik nog een beetje jaloers zijn op Ricky Gervais.

woensdag 19 december 2007

Tussenstand

Ik ben vandaag 3 maanden en 17 dagen in Bologna. Morgen keer ik voor het eerst terug naar Gent, met het vliegtuig. Ik moet wel enkele kilo's meer betalen voor mijn verruimde geest. Ik hoop trouwens dat de persoon naast mij daar gaan last van zal hebben.
Ik moet de hele tijd denken aan hoe moeilijk het wordt om met de gewone mensen, het plebs zeg maar, te praten in België. Die leven daar maar in hun dorpen, blij als ze eens naar de grote stad tien kilometer verder kunnen. Ze zijn zich amper bewust van de aanwezigheid van andere landen met andere steden en daarrond andere dorpen met mensen die zich amper bewust zijn van hen. En ik, een wereldreiziger, moet met die mensen een gesprek voeren. Ik weet wel dat ik die mensen vroeger vrienden en familie noemde, maar u moet weten dat dat een tijd was waarin de echte Tom, die op het hoogtepunt van zijn capaciteiten, nog niet bestond.
Enfin, ik moet nu ook niet teveel gaan opscheppen hé. Die mensen hebben op zich niets misdaan. Ik zal dan ook wel doen alsof ik gesprekken over de patattenoogst en over FC Poelkappele interessant vind. Maar heel stilletjes in mijn hoofd zal ik weten dat we nooit meer een gesprek op hetzelfde niveau zullen kunnen voeren. Daarvoor is er té veel gebeurd. Zo heb ik bijvoorbeeld eens aan iemand op straat het uur gevraagd, in het italiaans. Die persoon antwoordde mij, want hij had mijn vraag natuurlijk perfect verstaan, vervolgens deelde hij mij het uur mede en ik op mijn beurt verstond zijn antwoord perfect. Bijgevolg wist ik op dat exacte moment het precieze uur. Zo zie je maar dat Erasmus veel verder gaat dan 6 maanden lang de toerist gaan uithangen. Neen! Langzaam rol je in een nieuwe, spannende cultuur met andere gewoonten, andere gebruiken, andere gewoontes en vooral andere aspecten.
Maar niet getreurd, ook jij kan je aansluiten bij de Erasmuselite en neerkijken op iedereen die dat niet doet. Stijg in mijn achting en schrijf je nu in!

vrijdag 14 december 2007

Ik kan ook pseudodichten...

... en nieuwe werkwoorden uitvinden, zoals pseudodichten.

ziehier:

Ode aan ***

O, ***
Jij bent de berg in de vlakte van het alledaags bestaan
Jij bent de Kilimanjaro voor een niet-Afrikaan
Jij bent de plotse beslissing en het gebrek aan spijt
Je breidt de ruimte uit maar verwijdert de tijd
De klik waarmee mijn denken verandert van schaal
Het labiele begin van een nieuw verhaal



Alleen heb ik geen idee wat *** moet zijn.
Suggesties zijn welkom, hoewel ik het nooit zal veranderen. Als ik dat wel zou doen zou ik een pseudogedicht op mijn blog zetten alsof ik op zoek ben naar erkenning. Wat wel een beetje zo is natuurlijk, dat past dan weer mooi in het grotere hypocriete geheel dat deze blog is.

Het zou als rap nog niet zo slecht zijn. Ik zal dan wel een gevoelige rapper als Kaye Styles nodig hebben om de intentie waarmee de tekst geschreven is gepast naar voren te brengen.

woensdag 28 november 2007

Breinsimulaties zijn de max maat

Ziehier, http://www.technologyreview.com/Biotech/19767/ , een link.

Voor wie geen zin heeft om te lezen: wetenschappers zijn erin geslaagd een succesvolle computersimulatie te maken van het belangrijkste deel van het zoogdierlijk brein. Dat impliceert dat we waarschijnlijk binnen 10 jaar een menselijk brein zullen kunnen simuleren.
'Succesvol' houdt in dat het computerbrein op dezelfde manier reageert als een echt brein op gelijkaardige stimuli. Dan is het spannend na te denken over het verschil tussen zo'n gesimuleerd wezen en een echt wezen. Ik zie geen verschillen. Exact dezelfde hersenconstructies die exact dezelfde stimuli ondergaan zullen exact hetzelfde bewustzijn hebben, met het verschil dat de ene in een virtuele realiteit leeft en de andere in de 'echte' wereld. Of misschien zijn wij de simulaties van een andere wereld en zijn onze simulaties in feite simulaties in een simulatie.

Fantastico vind ik dat. Als ik het even bombastisch mag uitdrukken brengt dit ons een stap dichter bij het overwinnen van onze biologische beperkingen. We moeten gewoon even het golfpatroon van de hersenen volledig snappen - een woensdagnammiddag stevig doorwerken - en dat patroon vervolgens in een computer steken die gekoppeld is aan een virtuele realiteit, of in een robot. Dat maakt ons in principe onsterfelijk, hoeraa!!!
Bovendien komt een wetenschappelijk gefundeerde reden om mijn tijd weg te pissen met serietjes te bekijken altijd van pas. Ik heb tijd genoeg, ik ben toch onsterfelijk en zal me nog genoeg vervelen nadat ik alles wat ik wil doen gedaan heb.