donderdag 10 april 2008

De relativiteit van ... alles.

Ik ben zonet tot enkele filosofische inzichten gekomen. Ik zit er al lang mee in mijn hoofd, maar ik vermoed dat ik eindelijk het punt bereikt heb waarop ik ze kan verwoorden. Zoals dat wel vaker gebeurt met filosofische inzichten lijken ze veel te logisch, eens opgeschreven en herlezen denk je iets als 'dat wist ik al lang', maar dat neemt niet weg dat gedachten verwoorden vaak de beste manier is om ze te leren verdedigen.

Om te beginnen ga ik uit van een objectieve realiteit die zich gedraagt volgens de wetten van de fysica. Onafhankelijk van ons zijn er entiteiten met een massa die elkaar aantrekken. Er is temperatuur die invloed uitoefent op die objecten, zodat ze zich in verschillende toestanden kunnen bevinden, er zijn golfpatronen die zich in de objecten voortplanten met bepaalde snelheden, enzovoort.
Daarnaast is er de mens, een ongelooflijk complex wezen, ontwikkeld door natuurlijke selectie (waarvoor dank) dat midden in de realiteit leeft en daarmee moet interageren. De mens beschikt over verschillende apparaten die hem toegang verschaffen tot de wereld. Met die apparaten kan hij waarnemen. Uit het principe van natuurlijke selectie volgt dat we niet objectief waarnemen wat er is, maar enkel wat we moeten waarnemen teneinde te kunnen overleven. Als er vandaag een mens geboren wordt die de hele wereld in het roze ziet, letterlijk, en als die eigenschap op één of andere manier een voordeel biedt in de struggle for life en for reproduction, dan is het mogelijk dat wij over miljoenen jaren allemaal de wereld in het roze zien. Dat wil niet zeggen dat de wereld roze is, dat wil alleen zeggen dat die manier van kijken voor ons praktische waarde heeft.

Volgens mij bestaan dingen als kleuren en geluid niet 'objectief'. Kleuren bestaan omdat ons oog pigment bezit dat verschillende neuronen triggert bij verschillende frequenties van licht. Als we dat pigment nooit hadden gehad en alles in het zwart-wit zagen, dan hadden we misschien ook het fysische objectieve equivalent van kleuren ontdekt, maar we hadden dat nooit de naam 'kleur' gegeven of er dezelfde waarde aan gehecht. Het hele kleurenspectrum zou dan evenveel betekenis voor ons hebben als infrarood of ultraviolet licht. En omgedraaid, stel dat we over een biologisch apparaat beschikten dat infrarood licht kon zien, dan zou onze hele esthetische ervaring anders zijn. Het ministukje van het elektromagnetisch spectrum dat wij kunnen zien heeft niets met een absoluut zichtbare realiteit te maken. Neen, er zweeft veel meer dan wat wij zien door het heelal, maar om te overleven in onze omgeving hebben we geen nood om dat alles waar te nemen.
Hetzelfde geldt voor geluid. Ik moest denken aan de vraag: 'als er midden in het woud een boom omvalt, maar er is niets of niemand dichtbij genoeg om het te horen, maakt die boom dan geluid?'
Het antwoord van de wetenschap is uiteraard dat het vallen van die boom zorgt voor het ontstaan van een golfpatroon in de lucht dat in alle richtingen gestuurd wordt en langzaam uitdooft. Dat is de fysische basis van geluid. Maar is er geluid? Volgens mij niet. Een wereld zonder trommelvliezen, cochleas en daarop aangesloten hersenen is een stille wereld. Geluid is het resultaat van een vertaling van dat golfpatroon en als er niets is dat kan vertalen, dan is er ook geen geluid. Op zich lijkt dit niet meer dan wat mierenneukerij over een definitie te zijn. Maar ik vermoed dat het mogelijk is de fysische basis van geluid met een ander biologisch apparaat anders te vertalen en dus anders te ervaren. De natuur biedt daar ongetwijfeld enkele voorbeelden van.
Stel dat we geen oren hadden, maar dat er een haartje op het topje van onze neus stond dat enkel begint te trillen wanneer er een golf van een bepaalde frequentie tegen botst, bijvoorbeeld de frequentie die de grote bruine beer door te brullen bereikt. Het haartje is een schakelaar met twee standen: of het trilt, of het trilt niet. Dat wil zeggen dat we 'enkel' horen wanneer een grote bruine beer brult in onze omgeving. Dit is misschien wel een van de evolutionaire voorlopers van het oor. Mijn vraag is of het bewustzijn van dat 'geluid' iets gemeenschappelijk heeft met horen zoals wij dat doen, of is het een compleet andere ervaring. Hetzelfde probleem is natuurlijk het bewustzijn van de vleermuis die door echolocatie weet waar hij zich bevindt en waar de omringende muren zijn. Hij ziet als het ware door te horen.

Goede en slechte smaken en geuren zijn enkle goed of slecht voor ons. Wij vinden iets slecht ruiken omdat onze voorouders die dat ook deden een voordeel hadden tegenover anderen die dat niet deden. Die anderen aten een giftige plant die voor hen een normale geur had en stierven. Wij aten hem niet omdat hij stonk en wij stierven niet. Objectief heeft die plant geen goede of slechte geur, alleen een al dan niet voor de mens giftige chemische compositie.

Ik wil besluiten dat wij van nature een beetje bevooroordeeld zijn aangaande de wereld. Wij leven in de wereld zoals die hem aan ons voordoet, en dat is normaal. Elke aan evolutie onderhevige soort doet dat, maar wij mensen beschikken over de mogelijkheid inzicht te verkrijgen in onze eigen tekortkomingen en dat is mooi. Wij weten dat we door naar de wereld te kijken voortdurend aan het interpreteren zijn en we weten zelfs van vele verschijnselen de objectieve fysische achtergrond. Ik denk dat deze kennis ons toelaat onszelf wat te relativeren langs de ene kant, we zijn niet meer dan takje van de enorme boom der evolutie en dat takje staat op geen enkele manier hoger dan andere vandaag bestaande takjes, maar langs de andere kant ben ik wel blij dat ik tot dit takje behoor en niet tot dat van de zeester, want die kan echt NIETS.

maandag 24 maart 2008

Het uitmelken van de metafoor.

De perfecte vrouw bestaat, maar ze loopt niet rond met een groot plakaat waarop staat 'perfecte vrouw', dat zou maar al te makkelijk zijn. Ten eerste is de perfecte vrouw geen één enkele entiteit, en het woord perfect is niet absoluut maar juist relatief aan wie het uitspreekt. De perfecte vrouw voor hem, jou en mij zijn 3 vrouwen en niet één.
Hoe ziet ze eruit? Is er een uiterlijke of innerlijke component die equivalent is aan dat groot plakaat. Is er een eenvoudige vuistregel, zoals 'de vrouw met 378 wimpers is jouw perfecte vrouw' waarmee je de straat opkan? En dan maar tellen.
Perfectie is helaas niet iets dat je passief tegenkomt, maar iets waar je actief aan moet werken, zoals Michelangelo die stukken van een blok marmer sloeg tot hij het perfecte beeld bekwam. Hij vond het beeld niet afgewerkt in een marmergroeve. Dat zou helemaal tegen de 2de wet van de thermodynamica ingaan, en dat deed Michelangelo al niet graag.
Wie voor het eerst een cocktail maakt kent de verhoudingen niet, wat kan leiden tot een te wilde of te rustige avond, naargelang de hoeveelheden. Ook onze perfecte vrouw is een cocktail met verhoudingen en we beschikken spijtig genoeg niet over het juiste recept. De enige manier waarop we haar ooit zullen vinden is, zoals een goede kok dat doet, proeven en bijsturen, trial & error. Het is een work in progress dat alleen bereikt kan worden door de eeuwige bijsturing van het heden. En uiteraard moet je ergens beginnen…
We beginnen vol overmoed en gieten ons glas halfvol met vodka alvorens zelfs maar aan fruitsap te denken. Dat was de geschiedenis van Sofie. Sofie was een avond zwaar drinken. In het begin gaat je nuchtere toestand al rap over in een complete roes die je feestend de nacht in stuurt. Maar langzaam wist de drank de wereld buiten jou en je cocktail uit, je wil meer, en je geniet ten volste, plots wil je andere smaken, maar die zijn er niet vanavond in den twieoo, dus je drinkt door. En dan ga je erover. Hoe kon het ook anders, je had nog nooit cocktails gedronken. Terwijl je erover gaat neem je nog enkele teugen, om dan tijdens de naar kots en bier stinkende ochtend te besluiten nuchter te worden en alleen naar huis te strompelen. Mijn geschiedenis met Sofie was hevig, hevig als die avond. Achteraf gezien zat er waarschijnlijk te veel alcohol in de cocktail die Sofie was, maar op het moment zelf werkt dat zo bedwelmend en verslavend dat zelfs je vrienden je niet kunnen overtuigen dat je al zat genoeg bent.
Maar de nacht verdwijnt en de ochtend komt en je denkt aan de dingen die je verkeerd gedaan hebt. Je bent ziek en besluit een tijdje van de alcohol te blijven.

Weken later is die avond niet meer dan een mentale herinnering zonder lichamelijke invloeden. Een herinnering die in een volstrekt rationele, nuchtere redenering in rekening gebracht kan worden. Het is de eerste zin van ons cocktailrecept: "Pas op met de hoevelheid alcohol".
Met mijn eerste vuistregel op zak poogde ik voor een tweede keer. Ik kwam Marlies tegen. Marlies was een bodempje alcohol met veel fruitsap. Ik dronk maar proefde slechts af en toe die bittere smaak waar ik achteraf gezien toch naar op zoek was. Tijdens het drinken ben je blij met dat glaasje fruitsap. Het houdt je fris genoeg om politieke debatten te voeren met je vrienden en daar draait het leven op dat moment ook om. Toch denk je al eens met heimwee terug aan die avond van decadentie. Je rationele zelf negeert de wil van je irrationele zelf om keihard tegen het asfalt van de overpoortstraat gesmakt te worden. Dat is volgens de wetten van de logica dan ook helemaal niet aangenaam. En hoe kan een leven geleid worden zonder te gehoorzamen aan de wetten van de logica. Ze zeggen, diezelfde wetten, dat het verstandig is om door te gaan, blijf bij Marlies, maar na vele glazen met slechts enkele zatte momenten van passie, die kiezelsteentjes waren in vergelijking met de rots der passie van die ene nacht, besluit je toch dat je recept uitbereidingen nodig heeft.
50% is te veel, 10% is te weinig.

U vraagt zich misschien af hoe ver ik deze metafoor kan doortrekken, en ik met u. Er volgden nog avonden met andere cocktails. Anne, iets teveel ijs, heel koud. Bij Anke dronk ik met een rietje, heel voorzichtig, té voorzichtig en bij Lisa met grote gulpen. Ik moest me dus niet enkel scholen in de kunst van het cocktails maken, of beter gezegd, in het vinden van de beste combinaties, maar ook in de zwaar onderschatte kunst van het drinken. Of het een plezante avond zou worden of niet hing dus niet enkel af van de combinatie maar ook van mezelf, wat een vreemde ontdekking!
Je moet dozeren, af en toe eens ad fundum drinken maar op het juiste moment, als het moeilijk wordt even uitrusten, je glas langs de kant zetten, maar toch opletten dat niemand het steelt of erin pist. Als je echt van zo'n avond wil genieten drink je beter niet elke avond. Dat kan ook niet met cocktails, enkel met bier, en er bestaat enkel cara binnen onze metafoor. "Kies liever elke week een cocktail boven elke dag een cara", was één van de zinnen van mijn recept.

Het work in progress is per definitie nog niet af, hoewel ik ongetwijfeld zal beweren van wel tijdens een avond drinken. Nu, in een nuchter en eenzaam moment kan ik proberen het onafgewerkte recept op te schrijven:

Benodigdheden:
• Alcohol, vodka
• Fruitsap, liefst multivruchtensap van minute maid
• IJs
• Een schijfje citroen en een schijfje appelsien

Recept (zij):
Pas op met de hoevelheid alcohol. Giet vodka in een groot glas, vul ongeveer 25% van het glas.
Voeg fruitsap toe, laat beiden zich vermengen tot een mooi geheel van passie en rationaliteit.
Voeg wat ijs toe, maar niet teveel.
Plaats de appelsien- en citroenschijfje tegenover elkaar, probeer geen van de twee te verliezen tijden het drinken.

Het drinken (ik):
Geniet ervan. Drink niet te rap te veel, want dan is het zo voorbij. Drink niet te traag te weinig, want dan proef je nooit echt. Varieer in drinksnelheid en -hoeveelheid. Drink nooit wanneer je al te zat bent, dat kan tot verslaving leiden en dat heeft niets met genieten te maken.
Kies liever elke week een cocktail boven elke dag een cara.
Vertel nooit aan je meisje dat je een relatie vergelijkt met een avond drinken...

Slecht nieuws

Aaaaaaaaaaaaaa Ipod kapot.
Voor het eerst in mijn leven had ik tastbaar geluk gevonden. Tastbaar in die zin dat je weet wanneer je het bezit. Ik vond het eerder moeilijk om dingen als vriendschap, liefde of artistieke erkenning in mijn broekzak te steken. Die Ipod ging niet alleen moeiteloos in mijn zak, er bleef zelfs nog genoeg plaats over voor mijn sleutels. En ja, Freddy bracht geluk. Freddy is de naam van de Ipod, die had ik uitgevonden in de hoop dat het apparaat zich geapprecieerd zou voelen en bijgevolg zou blijven werken. Maar het mocht niet zijn.
Uiterlijk lijkt er niets aan de hand. Ik zie nog steeds good old Freddy, die op moeilijke momenten perfect wist welk liedje te kiezen om me beter te doen voelen. Op zomerdagen die uitpuilden van verwachtingen verraste hij me keer op keer met 'Summer's here' van Magnus of 'I like birds' van Eels. In rustige nachten begeleidde hij mij met Stan Getz en Norah Jones huiswaarts. Bij tegenwind gaf hij me moed met ska-p en Freddy wist maar al te goed dat ik 'Martha' van Tom Waits heerlijk vond op melancholische momenten. Enfin, ik geef toe dat er in bepaalde mate intelligent design van playlists bij kwam kijken, waarbij ik mijn eigen humeur inschatte en Freddy gebruikte om dat humeur in de juiste muziek te vertalen. Misschien heb ik meer aan mezelf te danken dan ik dacht. Maar nu hij er niet meer is en ik zonder hem probeer te vertalen apprecieer ik pas echt de rol die hij 3 jaar lang gespeeld heeft. De solo van 'don't look back in anger' klinkt niet hetzelfde uit mijn eigen mond. Ik geef zelfs ridderlijk toe dat Koen Wauters 'Domino' duizend maal beter zingt dan ik ooit zal doen. En via Freddy kon ik dan ook naar Koen Wauters luisteren zonder het gehele gewicht van die man op mijn fiets mee te sleuren. Nu moet ik die bagagedrager één keer in de week repareren, ik krijg er platte banden van. Dat is voor niemand leuk, en zeker niet voor Koen.

donderdag 24 januari 2008

Afscheidsfeest aan de andere kant

Ik zit nu al een week tegen iedereen te zeggen dat we vanavond op Piazza Santo Stefano het feest van eeuw vieren, in de hoop dat dat een self fulfilling prophecy wordt. De eerste Erasmus studenten vertrekken en het einde is meer dan nabij. Het feest moet dus een soort culminatiepunt worden dat deze hele periode perfect samenvat. De avond die bij gebrek aan opslagcapaciteit als enige herinnering aan deze 5 maanden kan overblijven, overgeromanticeerd natuurlijk: in de herinnering is er 100 liter sangria en zijn er evenveel mensen. Het weer is prachtig - een zomernacht in januari - en de stad is nog nooit zo gezellig geweest. En we zingen en we lachen en we dansen allemaal tot de zon opkomt en onze vliegtuigen vertrekken.
De realiteit zal zijn dat het transporteren van (slechts) 65 liter sangria van de ene naar de andere kant van de stad niet al te gemakkelijk zal zijn. Voor mijn 5de glas zal ik koud hebben en zal ik nog smaken dat de sangria gemaakt is van 50cent/liter wijn. Er zullen om 9u maar een tiental mensen zijn die elkaar niet zo goed kennen, wat tot enkele pijnlijke stiltes zal leiden, en tot gesprekken over sangria, talen en examens.

Maar dat doet er niet toe! Want dat zijn alledaagse dingen die zelfs niet herinnerd worden als we dat zouden willen. Eens we vertrokken zijn begint zich in onze hersenen al langzaam een verhaal te vormen dat we later kunnen vertellen aan wie er niet was, natuurlijk een minderheid van de wereldbevolking. Ik vertel het ooit wel eens aan mijn kleinkinderen, dat opa in die nacht het gevoel had het centrum van de wereld te zijn en het eindpunt van de geschiedenis. Enfin, laat ons hopen hé.

zaterdag 12 januari 2008

Writer's Block (ik dacht vroeger altijd dat dat een notitieboekje was)

Een van de vaakst gebruikte medicijnen tegen een writer's block is het creëren van iets dat over die writer's block zelf gaat. Dat is het mooie eraan. De frustratie die gepaard gaat met het niet kunnen schrijven kan je kwijt in een metatekst. Dat is al miljarden keren gedaan. Woody Allen doet het in Deconstructing Harry, een goede film die ik gisteren gezien heb over een schrijver die moet kiezen tussen de echte wereld en die van zijn fantasie, goed zijn in schrijven of goed zijn in leven. Mottige keuze wel. Ricky Gervais, onze held, doet het in Extras, een tv-show over het maken van een tv-show.
In Curb your enthusiasm praten Larry David en Jason Alexander (George Castanza uit Seinfeld) over de frustratie van de laatste. Hij geraakt aan geen enkele deftige rol omdat hij steeds weer met diezelfde figuur geassocieerd wordt (een beetje het Chandler-probleem). Hierop komen ze op het idee om een show te maken die juist over die frustratie gaat. Het verhaal van een acteur die verder wil met zijn carrière maar dat niet kan omdat iedereen "Hey George, say something funny!" blijft roepen op straat.
En Curb Your Enthusiasm is dan ook nog eens zélf fictie.

Fantastisch eigenlijk dat er altijd die nooduitgang is. Vind je niets meer op deze verdieping, klim dan gewoon een verdieping hoger en kijk door de glazen vloer naar de plaats waar je vandaan komt. Je kan natuurlijk ook overdrijven. Deze tekst zelf ligt al ergens op de 5de metaverdieping. En de vorige zin ligt nog een verdieping hoger en deze nog één. Enzovoort. En op de duur schrijf je een tekst over het feit dat je een tekst aan het schrijven bent over iemand die teksten wil schrijven maar dat niet kan en dus een metaniveau begint waarin hij schrijft over iemand die schrijft. En die laatste heet Wilfried.

Ik zou eerlijk gezegd wel wat normale ideeën willen hebben. Het verhaal van een jonge schrijver met een writer's block die het nachtleven induikt en een meisje ontmoet dat hem doet beseffen hoe kort maar mooi het leven is waardoor hij weer aan het werk kan, is niet bijster origineel. (Meta: In de vorige zin was het onderwerp iets te lang, waardoor het geheel misschien moeilijk te lezen was. De hoofdzin is: 'Het verhaal is niet bijster interessant', de rest is een bijstelling bij het woord 'verhaal').
Hetzelfde geldt voor het verhaal van de kunstenaar die in zijn eigen fantasiewereld duikt en op die manier uiteindelijk bewust wordt van hoe de wereld in elkaar zit, waarna hij een goede man/vader/vriend wordt. Ik denk dat het tijd wordt dat we weer verhalen over konijntjes beginnen schrijven. Een konijntje dat huppelt in het veld, helemaal vrij van existentiële vraagstukken en eeuwig knagende creatieve onzekerheid. Het huppelt en ziet een wortel. "Hé een wortel, lekker!", is de eenvoudige, doch meest logische gedachte die bij het diertje opkomt. Vervolgens volgt een lang maar hartverwarmend verhaal over de vriendschap tussen een konijn en een wortel. Een vriendschap die misschien niet meteen aanvaard wordt door de sociale omgeving van beide wezens. Maar op het einde krijgt ook het norse vaderkonijn een bredere visie op de wereld waardoor alles en iedereen gelukkig is terwijl we faden naar zwart. (De daarop volgende hongersnood is voer voor een ander, iets kritischer verhaal).

Ik beloof dat ik uit deze tekst zal leren wat betreft de volgende post …

Meta: Hier moet een sterke afsluitende zin staan die misschien kort verwijst naar een vorig deel van de tekst waardoor alles één geheel wordt. Vervolgens kan je met een glimlach besluiten dat je het zo slecht nog niet vond (Voorbeelden daarvan in de teksten: "Verona", "Koffie es druhs!!!" en "You 'avin' a laf?")

zondag 30 december 2007

You 'avin' a laf?

Gisteren was er op den internet de christmasspecial van Extras te zien. Ik wil toch even niets dan lof daarover uiten. Een uur en twintig minuten kijkplezier waarin hilariteit, ontroering en plaatsvervangende schaamte elkaar voortdurend afwisselen. Maar vooral het vraagstuk over de keuze tussen artistieke integriteit en geld/roem sprak mij aan. Op het einde van de aflevering steekt Ricky Gervais, via Andy Millman, een speech af die even toch de hele moderne media te kakken zet. Zij gehoorzaamt blind aan wat de massa wil en gooit daarmee zichzelf samen met een menigte mislukte roemgeile has-beens in de beerput van het entertainment. En die beerput wordt steeds groter, zodat steeds minder mensen eraan ontsnappen.
Opmerkelijk ook hoe Extras gaat over een figuur die Ricky Gervais zelf nooit wou worden. Andy Millman is net die kunstenaar die zijn ziel verkoopt voor roem. De mensen willen pruiken en catchphrases en dat krijgen ze ook. Terwijl Ricky Gervais zelf wel al 7 jaar aan een stuk zijn goesting doet, met roem en geld als neveneffecten. De moraal van het verhaal is net dat je voor de artistieke integriteit moet kiezen, voor wat je zelf wil doen, en niet voor wat je populair zal maken (makkelijk natuurlijk voor iemand die die keuze niet hoeft te maken). En dan maar hopen dat wat jij wil doen overeen komt met wat de mensen willen zien.

Dat alles past binnen de ruimere discussie over de definitie van kunst. Is iets wel kunst als het door niemand geapprecieerd wordt? Of is het zo dat de mening van de massa zo ver mogelijk verwijderd moet blijven van een definitie van wat kunst is. Is een film als Spiderman meer waard dan de films van Woody Allen omdat er meer mensen naar kijken? Of ligt de waarheid (er nu even vanuit gaande dat die bestaat) in het midden en is het ware kunstwerk een intelligent iets dat ook nog eens populair is?
Op welke 'objectieve' waarheid kan ik steunen als ik beweer dat die 'intelligente' film 'beter' is dan die 'domme' film (inderdaad 4 woorden tussen aanhalingstekens).
Hieraan valt onmogelijk te ontsnappen. Ik blijf vastzitten in mijn eigen definitie van kunst en zal nooit het recht hebben mensen te dwingen naar dat of dat te kijken of dit boek te lezen omdat het je bewust maakt van de absurditeit van de wereld. Daar zijn de meeste mensen ook helemaal niet naar op zoek wanneer ze op zaterdagavond naar kinepolis gaan.
De waarheid is dus slechts mijn waarheid, maar dat is geen reden om in extreem relativisme te vervallen. Ik mag er, steunend op mijn mening, toch alles aan proberen doen om die beerput kleiner te maken. En het is net dat wat Ricky Gervais met die christmasspecial probeert te doen (naast geld en roem verdienen natuurlijk).
En dat brengt mij nog maar eens bij het onderwerp van deze blog. Schrijf ik dit omdat ik erkenning wil, of omdat ik die mening kwijt wil en ergens buiten mezelf wil opslaan, zodat ik ze zelf beter begrijp? Probeer ik dingen te schrijven die ik grappig vind, of net dingen die anderen grappig zullen vinden? Staat de tekst centraal of de erkenning die ik ervoor zou kunnen krijgen?
Zoals steeds, leve het midden! Ik blijf hopen dat wat ik boeiend, grappig en interessant vind ook voor andere mensen boeiend, grappig en interessant is. Liefst in dezelfde volgorde. Ik hoop dat ik de keuze nooit zal moeten maken.

En in tussentijd kan ik nog een beetje jaloers zijn op Ricky Gervais.

woensdag 19 december 2007

Tussenstand

Ik ben vandaag 3 maanden en 17 dagen in Bologna. Morgen keer ik voor het eerst terug naar Gent, met het vliegtuig. Ik moet wel enkele kilo's meer betalen voor mijn verruimde geest. Ik hoop trouwens dat de persoon naast mij daar gaan last van zal hebben.
Ik moet de hele tijd denken aan hoe moeilijk het wordt om met de gewone mensen, het plebs zeg maar, te praten in België. Die leven daar maar in hun dorpen, blij als ze eens naar de grote stad tien kilometer verder kunnen. Ze zijn zich amper bewust van de aanwezigheid van andere landen met andere steden en daarrond andere dorpen met mensen die zich amper bewust zijn van hen. En ik, een wereldreiziger, moet met die mensen een gesprek voeren. Ik weet wel dat ik die mensen vroeger vrienden en familie noemde, maar u moet weten dat dat een tijd was waarin de echte Tom, die op het hoogtepunt van zijn capaciteiten, nog niet bestond.
Enfin, ik moet nu ook niet teveel gaan opscheppen hé. Die mensen hebben op zich niets misdaan. Ik zal dan ook wel doen alsof ik gesprekken over de patattenoogst en over FC Poelkappele interessant vind. Maar heel stilletjes in mijn hoofd zal ik weten dat we nooit meer een gesprek op hetzelfde niveau zullen kunnen voeren. Daarvoor is er té veel gebeurd. Zo heb ik bijvoorbeeld eens aan iemand op straat het uur gevraagd, in het italiaans. Die persoon antwoordde mij, want hij had mijn vraag natuurlijk perfect verstaan, vervolgens deelde hij mij het uur mede en ik op mijn beurt verstond zijn antwoord perfect. Bijgevolg wist ik op dat exacte moment het precieze uur. Zo zie je maar dat Erasmus veel verder gaat dan 6 maanden lang de toerist gaan uithangen. Neen! Langzaam rol je in een nieuwe, spannende cultuur met andere gewoonten, andere gebruiken, andere gewoontes en vooral andere aspecten.
Maar niet getreurd, ook jij kan je aansluiten bij de Erasmuselite en neerkijken op iedereen die dat niet doet. Stijg in mijn achting en schrijf je nu in!